Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2020:1486

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
06-10-2020
Datum publicatie
06-10-2020
Zaaknummer
19/00648
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:903
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Profijtontneming, w.v.v. uit voorbereidingshandelingen t.b.v. productie van synthetische drugs. 1. Prijs BMK. Kon hof uitgaan van verkoopprijs van zuivere BMK i.p.v. ruwe BMK? 2. Gemiddelde verkoopprijs van zuivere BMK. 3. Investeringskosten t.a.v. conversielaboratorium. 4. Toerekening w.v.v. bij meerdere daders. 5. Weerlegging verklaring betrokkene. 6. Vermindering betalingsverplichting i.v.m. overschrijding redelijke termijn. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 19/00406 P, 19/00492 P, 19/00630 P en 19/01969 P.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/00648 P

Datum 6 oktober 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 24 januari 2019, nummer 20/001244-16, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste

van

[betrokkene],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964,

hierna: de betrokkene.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft M.R.F. Berte, advocaat te Tilburg, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsvrouw van de betrokkene heeft daarop schriftelijk gereageerd.

Het vierde cassatiemiddel is ingetrokken nadat de advocaat-generaal op de terechtzitting van de Hoge Raad van 25 augustus 2020 zijn conclusie had genomen en dus na de aanvang van de behandeling van het beroep als bedoeld in artikel 453 van het Wetboek van Strafvordering. Op grond van artikel 4.3.2.2 van het Procesreglement Hoge Raad der Nederlanden zal de Hoge Raad de zaak op het bestaande beroep afdoen.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 oktober 2020.