Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2020:1468

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22-09-2020
Datum publicatie
22-09-2020
Zaaknummer
19/02031
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:627
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. valsheid in geschrift, art. 225 Sr. Geen afschrift appeldagvaarding verzonden naar raadsman verdachte, art. 51 (oud) Sv. HR: Op redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Aan schriftuur zijn aan hof gerichte stelbrief van raadsman en ontvangstbevestiging van medewerker van administratie van hof gehecht. Uit de stukken blijkt niet dat voorafgaand aan behandeling van zaak in h.b. afschrift van dagvaarding in h.b. aan raadsman is gezonden. Op grond daarvan moet in cassatie ervan worden uitgegaan dat zich wel raadsman heeft gesteld maar dat t.a.v. dagvaarding in h.b. voorschrift van art. 51 (oud) Sv niet is nageleefd. Niet-nakoming daarvan staat in de weg aan geldige behandeling van zaak ttz. buiten tegenwoordigheid van verdachte en diens raadsman. Volgt vernietiging en terugwijzing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2020-0298
RvdW 2020/1051
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/02031

Datum 22 september 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 10 december 2014, nummer 22/003844-14, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft T. Arkesteijn, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag teneinde opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1

Het cassatiemiddel klaagt dat in hoger beroep het voorschrift van artikel 51 (oud) Sv niet is nageleefd, omdat is verzuimd een afschrift van de appeldagvaarding aan de raadsman van de verdachte te zenden.

2.2

Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof;

- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 september 2020.