Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2020:139

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
28-01-2020
Datum publicatie
28-01-2020
Zaaknummer
18/05241
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:1227
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Jeugdzaak. Medeplegen gekwalificeerde diefstal, meermalen gepleegd (art. 311.1 Sr) en wederspannigheid met lichamelijk letsel tot gevolg (art. 180 jo 181.1 Sr). Verzuim te beslissen op getuigenverzoek? Art. 315, 328, 330, 331 en 415 Sv. HR: op gronden vermeld in CAG is het middel terecht voorgesteld. CAG: Hof heeft verzuimd uitdrukkelijk een beslissing te nemen op ttz. in h.b. gedaan verzoek tot het horen van een getuige. Dit verzuim heeft nietigheid van het onderzoek ttz. in h.b. tot gevolg. Volgt partiƫle vernietiging en terugwijzing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2020-0031
RvdW 2020/218
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 18/05241

Datum 28 januari 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 8 november 2018, nummer 22/000552-18, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1999,

hierna: de verdachte.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft N.M. Fakiri, advocaat te
's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 3 tenlastegelegde en de strafoplegging, tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het vierde middel

2.1

Het middel klaagt met betrekking tot het onder 3 tenlastegelegde feit dat het Hof heeft verzuimd te beslissen op een ter terechtzitting in hoger beroep van 25 oktober 2018 door de verdediging gedaan verzoek tot het horen van [betrokkene 1] als getuige.

2.2

Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 7 is het middel terecht voorgesteld.

3 Beoordeling van de overige middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 3 tenlastegelegde en de strafoplegging;

- wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak ten aanzien daarvan op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 januari 2020.