Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2020:137

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
28-01-2020
Datum publicatie
28-01-2020
Zaaknummer
18/04681
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:1249
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Economische zaak. Medeplegen overtreding van een voorschrift gesteld bij art. 2.19.1 Wet dieren, opzettelijk begaan, art. 1.1 jo. 2.1 WED. Invoer in NL van een grote hoeveelheid verboden groeihormoon voor dieren door samen met mededader af te spreken dat er een andere benaming en waarde op de factuur bij de zendingen kwam te staan. Is de stof 17 bèta-oestradiol in pure vorm een grondstof en geen diergeneesmiddel a.b.i. art. 1.1 Wet Dieren? HR: art. 81.1 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2020/217
JM 2020/54 met annotatie van Pieters, S.
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 18/04681 E

Datum 28 januari 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, economische kamer, van 24 oktober 2018, nummer 21/000996-16, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1944,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft C.F. Korvinus, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 januari 2020.