Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2020:133

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
28-01-2020
Datum publicatie
28-01-2020
Zaaknummer
19/03009
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:1341
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Vervolgingsuitlevering opgeëiste persoon (Rwandese nationaliteit) aan Rwanda wegens verdenking van betrokkenheid bij genocide in 1994. 1. Biedt Genocideverdrag de voor uitlevering vereiste verdragsgrondslag voor misdrijven tegen de menselijkheid? 2. Verwerping beroep op dreigende flagrante schending van art. 6 EVRM. HR: art. 81.1 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2020/223
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/03009 U

Datum 28 januari 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag van 23 mei 2019, nummer UTL-I-2010023570, op een verzoek van de Republiek Rwanda tot uitlevering

van

[opgeëiste persoon],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1949,

hierna: de opgeëiste persoon.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft J.P.W. Temminck Tuinstra, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsvrouw heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 januari 2020.