Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2020:1324

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
25-08-2020
Datum publicatie
25-08-2020
Zaaknummer
19/05594
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:738
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Cassatie b.p. OM n-o in vervolging t.z.v. medeplegen poging doodslag (art. 287 Sr) en b.p. n-o in vordering. Ontvankelijkheid cassatieberoep b.p.? Art. 421.4 Sv voorziet in instellen van h.b. door b.p. tegen afwijzing van haar vordering door rechter in e.a. indien noch verdachte noch OM h.b. heeft ingesteld. Wet bevat geen regeling t.a.v. instellen van beroep in cassatie door b.p. indien haar vordering door appelrechter in strafgeding n-o is verklaard dan wel is afgewezen en noch verdachte noch OM cassatieberoep heeft ingesteld. In strafzaak tegen verdachte is geen cassatieberoep ingesteld door verdachte of door OM. Dit brengt mee dat HR cassatieberoep van b.p. niet in behandeling kan nemen (vgl. ECLI:NL:HR:2017:1277). HR verklaart b.p. n-o in beroep. Samenhang met 19/05590, 19/05591 en 19/05592.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2020-0268
NJB 2020/2024
RvdW 2020/960
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/05594

Datum 25 augustus 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 31 oktober 2019, nummer 21/002256-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1959,

hierna: de verdachte.

1 De uitspraak van het hof

Het hof heeft het openbaar ministerie ter zake van het primair en subsidiair en meer subsidiair tenlastegelegde niet-ontvankelijk verklaard in de strafvervolging van de verdachte en de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot schadevergoeding.

2 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de benadeelde partij [benadeelde]. Namens deze hebben S.B. Oosterhof, advocaat te Oosterbeek, en Th.O.M. Dieben, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot het niet-ontvankelijk verklaren van de benadeelde partij in het cassatieberoep.

3 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Artikel 421 lid 4 van het Wetboek van Strafvordering voorziet in het instellen van hoger beroep door een benadeelde partij tegen de afwijzing van haar vordering door de rechter in eerste aanleg indien noch de verdachte noch het openbaar ministerie hoger beroep heeft ingesteld. De wet bevat geen regeling ten aanzien van het instellen van beroep in cassatie door een benadeelde partij indien haar vordering door de appelrechter in het strafgeding niet-ontvankelijk is verklaard dan wel is afgewezen en noch de verdachte noch het openbaar ministerie cassatieberoep heeft ingesteld. In de strafzaak tegen de verdachte is geen cassatieberoep ingesteld door de verdachte of door het openbaar ministerie. Dit brengt mee dat de Hoge Raad het cassatieberoep van de benadeelde partij niet in behandeling kan nemen. (Vgl. HR 4 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1277.)

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 augustus 2020.