Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2020:1321

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
25-08-2020
Datum publicatie
25-08-2020
Zaaknummer
19/00941
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:507
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2018:3646
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Cassatie b.p. Ontslag van alle rechtsvervolging verdachte t.z.v. poging doodslag (art. 287 Sr) en gedeeltelijke toewijzing en gedeeltelijke n-o verklaring vordering b.p. Ontvankelijkheid cassatieberoep b.p.? Art. 421.4 Sv voorziet in instellen van h.b. door b.p. tegen afwijzing van haar vordering door rechter in e.a. indien noch verdachte noch OM h.b. heeft ingesteld. Wet bevat geen regeling t.a.v. instellen van beroep in cassatie door b.p. indien haar vordering door appelrechter in strafgeding n-o is verklaard dan wel is afgewezen en noch verdachte noch OM cassatieberoep heeft ingesteld. In strafzaak tegen verdachte is geen cassatieberoep ingesteld door verdachte of door OM. Dit brengt mee dat HR cassatieberoep van b.p. niet in behandeling kan nemen (vgl. ECLI:NL:HR:2017:1277). HR verklaart b.p. n-o in beroep.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2020-0273
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/00941

Datum 25 augustus 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 10 oktober 2018, nummer 23/003561-16, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,

hierna: de verdachte.

1 De uitspraak van het hof

Het hof heeft de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde ‘poging tot doodslag’ ontslagen van alle rechtsvervolging en de plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis gelast voor de termijn van een jaar. Daarnaast heeft het hof de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij] gedeeltelijk toegewezen en voor het overige niet-ontvankelijk verklaard.

2 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de benadeelde partij [benadeelde partij]. Volgens de daarvan opgemaakte akte is het beroep beperkt tot de gedeeltelijke afwijzing van de vordering tot schadevergoeding. Namens deze heeft C.F. Korvinus, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot het niet-ontvankelijk verklaren van de benadeelde partij in het beroep.

3 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Artikel 421 lid 4 van het Wetboek van Strafvordering voorziet in het instellen van hoger beroep door een benadeelde partij tegen de afwijzing van haar vordering door de rechter in eerste aanleg indien noch de verdachte noch het openbaar ministerie hoger beroep heeft ingesteld. De wet bevat geen regeling ten aanzien van het instellen van beroep in cassatie door een benadeelde partij indien haar vordering door de appelrechter in het strafgeding niet-ontvankelijk is verklaard dan wel is afgewezen en noch de verdachte noch het openbaar ministerie cassatieberoep heeft ingesteld. In de strafzaak tegen de verdachte is geen cassatieberoep ingesteld door de verdachte of door het openbaar ministerie. Dit brengt mee dat de Hoge Raad het cassatieberoep van de benadeelde partij niet in behandeling kan nemen. (Vgl. HR 4 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1277.)

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij] niet-ontvankelijk in het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 augustus 2020.