Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2020:1287

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
17-07-2020
Datum publicatie
17-07-2020
Zaaknummer
19/03864
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2019:2334, Bekrachtiging/bevestiging
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:548, Gevolgd
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Contractsoverneming; art. 6:159 BW. Opschortingsrecht; art. 6:37 BW. Samenhang met zaak 19/02012.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2020/945
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 19/03864

Datum 17 juli 2020

ARREST

In de zaak van

STICHTING TOT BEVORDERING VAN INTERNATIONAAL ONDERWIJS IN ZUIDWEST NEDERLAND,
gevestigd te Breda,

EISERES tot cassatie,

hierna: ISB,

advocaten: M.B.A. Alkema en M. Littooij,

tegen

1. [verweerder 1],
wonende te [woonplaats],

2. [verweerder 2],
wonende te [woonplaats],

VERWEERDERS in cassatie,

hierna gezamenlijk in enkelvoud: [verweerders],

advocaten: A.C. van Schaick en N.E. Groeneveld-Tijssens.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. de vonnissen in de zaak 4580806 CV EXPL 15-6470 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 20 januari 2016 en 8 juni 2016;

  2. de arresten in de zaak 200.198.926/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 5 december 2017, 6 november 2018 en 2 juli 2019.

ISB heeft tegen de arresten van het hof van 6 november 2018 en 2 juli 2019 beroep in cassatie ingesteld.

[verweerders] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend, tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het principaal cassatieberoep.

De advocaten van ISB hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel in het principale beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over de arresten van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die arresten. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van de arresten van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • -

    verwerpt het principale beroep;

  • -

    veroordeelt ISB in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 407,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien ISB deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 17 juli 2020.