Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2020:1267

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
23-06-2020
Datum publicatie
08-07-2020
Zaaknummer
19/00860
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:427
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Aanwezigheidsrecht, detentie uit anderen hoofde gebleken uit in cassatie overgelegde stukken. P-v tz. in h.b. houdt in dat verdachte, hoewel rechtsgeldig opgeroepen, niet is verschenen maar dat enkel niet gemachtigde raadsman is verschenen, waarna hof verstek heeft verleend. HR: Op redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Uit aan cassatieschriftuur gehechte stukken, waarvan aan herkomst en betrouwbaarheid in redelijkheid niet hoeft te worden getwijfeld, moet worden vastgesteld dat verdachte t.t.v. behandeling van zijn zaak in h.b. in verzekering was gesteld. Dit brengt mee dat achteraf bezien ’s hofs beslissing om verstek tegen verdachte te verlenen en onderzoek voort te zetten onjuist is. Gelet op het grote belang van verdachte om bij behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn, dient verdachte mogelijkheid te hebben om zijn zaak alsnog in h.b. in zijn tegenwoordigheid te doen behandelen. Volgt vernietiging en terugwijzing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/00860

Datum 23 juni 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 14 februari 2019, nummer 21/002616-18, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.W.E. Luiten, advocaat te Maastricht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1

Het cassatiemiddel klaagt dat de verdachte in strijd met artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden niet in de gelegenheid is gesteld bij de berechting van zijn zaak in hoger beroep aanwezig te zijn.

2.2

Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 3.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof;

- wijst de zaak terug de zaak naar het hof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 juni 2020.