Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2020:1249

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10-07-2020
Datum publicatie
10-07-2020
Zaaknummer
19/01228
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2018:4764, Bekrachtiging/bevestiging
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:348, Gevolgd
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Financieel recht. Hypothecaire geldlening. Bijzondere zorgplicht bank. Art. 4:34 Wet op het financieel toezicht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2020/876
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 19/01228

Datum 10 juli 2020

ARREST

In de zaak van

[eiser],
wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

hierna: [eiser],

advocaat: M.A.M. Wagemakers,

tegen

1. RABOHYPOTHEEKBANK N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

2. COÖPERATIEVE RABOBANK U.A.,

gevestigd te Amsterdam,

VERWEERSTERS in cassatie,

hierna gezamenlijk in enkelvoud: Rabobank,

advocaat: J.W.M.K. Meijer.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. het vonnis in de zaak C/15/221804/HA ZA15-92 van de rechtbank Noord-Holland van 20 april 2016;

  2. het arrest in de zaak 200.195.534/01 van het gerechtshof Amsterdam van 18 december 2018.

[eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

Rabobank heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatie- beroep.

De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • -

    verwerpt het beroep;

  • -

    veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Rabobank begroot op € 882,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.J. Kroeze en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 10 juli 2020.