Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2020:1213

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
07-07-2020
Datum publicatie
07-07-2020
Zaaknummer
19/00938
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:670
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

1. Smaadschrift, 261 Sr door op een Facebookpagina een bericht te plaatsen waarin het slachtoffer wordt beticht en/of beschuldigd van meineed. 2. Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, 285 Sr. Kan uit b.m. volgen dat verdachte opzettelijk de eer en goede naam van het slachtoffer heeft aangerand door de ttl. van een bepaald feit, met het kennelijk doel om daaraan ruchtbaarheid te geven? Onttrekking aan het verkeer o.g.v. art. 36d Sr. Kunnen de voorwerpen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten? HR: art. 81.1 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2020/905
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/00938

Datum 7 juli 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 12 februari 2019, nummer 20-000672-18, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben G. Spong en M. Lochs, beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman Spong heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 juli 2020.