Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2020:120

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
04-02-2020
Datum publicatie
05-02-2020
Zaaknummer
18/01414
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:1303
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

N-o verklaring verdachte in h.b. door bevestiging vonnis n.a.v. verzet tegen strafbeschikking. Artt. 255a.3, 257e, 257f Sr. Had de Pr zich niet meer over de strafbeschikking moeten uitlaten maar o.b.v. de uitgevaardigde dagvaarding tot een inhoudelijke behandeling moeten overgaan? Hof bevestigde vonnis, o.m. omdat blijkens het p-v van de tz. bij de Pr de verdediging de dagvaarding kennelijk heeft opgevat als oproeping voor behandeling van het verzet van verdachte en de Pr dat heeft gevolgd. De verdediging heeft daar geen beroep gedaan op de nietigheid van de dagvaarding. Verdachte is volgens het Hof niet in enig belang geschaad, want de behandeling van verdachtes verzet heeft immers plaatsgevonden, al strandde het bij de Pr op het te laat instellen daarvan. HR: art. 81.1 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2020/238
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 18/01414

Datum 4 februari 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 maart 2018, nummer 21/003608-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft E.D. van Elst, advocaat te Veenendaal, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 februari 2020.