Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2020:1170

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
30-06-2020
Datum publicatie
30-06-2020
Zaaknummer
19/03112
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:333
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Medeplegen ‘doen uitgaan’ naar Duitsland van vuurwapens en munitie (meermalen gepleegd) bestemd voor nieuw opgerichte “chapter” van motorclub in Duisburg i.h.k.v. bendeoorlog met andere motorclub, art. 14.1 WWM. 1. Afwijzing (voorwaardelijke) getuigenverzoeken. 2. Bewijsklacht feit 1. Bewezenverklaring gedragingen met nader omschreven wapens slechts mogelijk o.b.v. ‘wapenrapportage’? 3. Bewijsklacht feit 1. Blijkt uit b.m. dat met verdachte over wapens is gesproken en dat verdachte op de hoogte was van feit dat er wapens zouden worden geleverd? 4. Bewijsminimum art. 342.2. Sv (unus testis). 5. Bewijsklacht feit 2. Volgt uit b.m. dat verdachte als ‘medepleger’ vuurwapen en munitie heeft doen uitgaan naar Duitsland? 6. Bewijsklacht feiten 1 en 2. Heeft hof uit b.m. kunnen afleiden dat overbrengen van vuurwapens en munitie naar Duitsland ‘zonder consent’ plaatsvond? HR: art. 81. RO. Samenhang met 19/03114.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/03112

Datum 30 juni 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 26 juni 2019, nummer 21-000545-16, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.J.J. van Rijsbergen, advocaat te Breda, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 juni 2020.