Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2020:1152

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
07-07-2020
Datum publicatie
07-07-2020
Zaaknummer
19/03969
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:678
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Rijden terwijl verdachte wist dat rijbewijs ongeldig was verklaard (art. 9.2 (eerste volzin) WVW 1994) en rijden terwijl verdachte wist dat rijbewijs zijn geldigheid had verloren en hij bij aanvraag van nieuw rijbewijs moet voldoen aan uit recidiveregeling voortvloeiende voorwaarden (art. 9.2 (tweede volzin) WVW 1994). 1. Bewijsklacht feit 2. Levert besturen van motorrijtuig van categorie B terwijl eerder rijbewijs dat is afgegeven ten behoeve van categorie AM ongeldig is verklaard, overtreding van art. 9.2 WVW 1994 op? 2. Eendaadse samenloop, voortgezette handeling of meerdaadse samenloop, art. 55.1, 56 en 57 Sr? Belang bij cassatie? HR: art. 81.1 RO. CAG t.a.v. samenloop: ’s Hofs oordeel dat sprake is van meerdaadse samenloop is niet z.m. begrijpelijk, nu bewezenverklaarde gedragingen zodanig samenhangend, zich min of meer op dezelfde tijd en plaats afspelend feitencomplex opleveren dat verdachte daarvan één verwijt wordt gemaakt. Verdachte heeft onvoldoende belang bij cassatie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2020/921
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/03969

Datum 7 juli 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 19 augustus 2019, nummer 23/004355-18, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 juli 2020.