Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2020:1139

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
26-06-2020
Datum publicatie
26-06-2020
Zaaknummer
19/01287
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2018:10783, Bekrachtiging/bevestiging
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:234, Gedeeltelijk contrair
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Overeenkomstenrecht. Beroep op geestelijke stoornis; art. 3:34 BW. Gerechtvaardigd vertrouwen wederpartij; art. 3:35 BW. Stelplicht en bewijslast. Motiveringsklachten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2020/812
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 19/01287

Datum 26 juni 2020

ARREST

In de zaak van

[eiser],
wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

hierna: de man,

advocaat: J. den Hoed,

tegen

[verweerster],
wonende te [woonplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: de vrouw,

advocaat: N.C. van Steijn.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. de vonnissen in de zaak C/17/139640 / HA ZA 15-20 van de rechtbank Noord-Nederland van 6 juli 2016 en 23 augustus 2017;

  2. de arresten in de zaak 200.225.803/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 14 augustus 2018 en 11 december 2018.

De man heeft tegen de arresten van het hof beroep in cassatie ingesteld.

De vrouw heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van eiser tot cassatie in zijn beroep tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 14 augustus 2018 en verwerping van het cassatieberoep voor het overige.

De advocaat van de man heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de arresten van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die arresten. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • -

    verwerpt het beroep;

  • -

    compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, T.H. Tanja-van den Broek en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 26 juni 2020.