Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2020:1074

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
30-06-2020
Datum publicatie
30-06-2020
Zaaknummer
19/02310
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:476
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Opzettelijk gebruik maken van vervalste kredietovereenkomst en bankafschriften om krediet te verkrijgen, art. 225.2 Sr. Afwijzing van bij appelschriftuur en ttz. in h.b. gedaan verzoek tot horen van persoon die kredietaanvraag zou hebben ingediend en geschriften zou hebben vervalst en afwijzing (in arrest) van bij pleidooi herhaald voorwaardelijk verzoek tot horen van die getuige. HR: Op redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: In de kern legt hof aan zijn afwijzende beslissing van eerste verzoek ten grondslag dat verzoek onvoldoende is onderbouwd met stukken. Gelet op verklaring van verdachte en door raadsman gegeven onderbouwing van verzoek, is ‘s hofs afwijzende oordeel onvoldoende gemotiveerd, nu door raadsman en verdachte (uitgebreid) is betoogd dat getuige papieren voor lening heeft ingevuld en ingediend, bereid is daarover te verklaren en dat verdachte geen weet heeft gehad dat bij aanvraag gebruik is gemaakt van door getuige vals ingevulde of vervalste documenten. Doordat hof hetgeen door raadsman en verdachte daaromtrent is aangevoerd in het midden heeft gelaten en niet nader heeft gemotiveerd waarom verdedigingsbelang ontbreekt, terwijl uitgebreid is aangevoerd dat en waarom horen van getuige relevant is voor uitkomst van zaak, schiet motivering van ’s hofs afwijzende beslissing te kort. Ook motivering van afwijzing van herhaald verzoek tot horen van getuige in ‘s hofs arrest schiet tekort en is niet z.m. begrijpelijk, nu verklaring van verdachte niet slechts inhoudt dat ander stukken heeft vervalst of valselijk heeft opgemaakt maar ook dat die ander deze stukken voor verdachte heeft ingediend en dat verdachte zich niet bewust is geweest van deze vervalsing van ingediende stukken, terwijl verdediging horen van getuige noodzakelijk acht omdat dit enige manier is om verklaring van verdachte bevestigd te krijgen. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2020-0243
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/02310

Datum 30 juni 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 8 mei 2019, nummer 21-006649-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1958,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte.

Volgens de daarvan opgemaakte akte is het beroep niet gericht tegen de vrijspraken van de feiten 1 primair, 2 en 3.

Namens de verdachte hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 1 subsidiair bewezenverklaarde en de strafoplegging en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2 Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1

Het cassatiemiddel klaagt over de afwijzing door het hof van het door de verdediging gedane verzoek [betrokkene 1] als getuige te horen.

2.2

Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3 Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het cassatiemiddel niet nodig.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen over het onder 1 subsidiair tenlastegelegde en de strafoplegging;

- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 juni 2020.