Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2020:1063

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19-06-2020
Datum publicatie
19-06-2020
Zaaknummer
18/04732
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2018:4112
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

HR: 81.1 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Viditax (FutD), 19-06-2020
FutD 2020-1871
V-N Vandaag 2020/1662
V-N 2020/31.25.7
NTFR 2020/1962
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 18/04732

Datum 19 juni 2020

ARREST

in de zaak van

[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)

tegen

de STAATSSECRETARIS VAN FINANCI√čN

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 4 oktober 2018, nrs. 16/03939 tot en met 16/03944, op het hoger beroep van belanghebbende tegen uitspraken van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nrs. BRE 14/6738 tot en met 14/6743) betreffende de aan belanghebbende voor de jaren 2005, 2006 en 2008 opgelegde aanslagen in de inkomstenbelastingbelasting/premie volksverzekeringen en de voor de jaren 2006 en 2008 opgelegde aanslagen in de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet, de over het jaar 2007 opgelegde navorderingsaanslag in de inkomstenbelastingbelasting/premie volksverzekeringen, en de daarbij gegeven beschikkingen inzake heffingsrente.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.

De Staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2 Beoordeling van de middelen

De Hoge Raad heeft de middelen over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze middelen niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze middelen is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en E.F. Faase, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2020.