Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2020:1057

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
16-06-2020
Datum publicatie
16-06-2020
Zaaknummer
18/04476
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:500
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:398
In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2018:4181, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Verkrachting (art. 242 Sr) van en doodslag (art. 287 Sr) op toentertijd 15-jarig meisje in (de buurt van) Eindhoven in 1995 door toentertijd 28-jarige verdachte. Cold case. 1. Beperking cassatieberoep t.a.v. beslissingen over vorderingen b.p.’s. Is HR bevoegd te oordelen over middelen b.p.’s, nu verdachte zijn beroep t.a.v. beslissingen hof over vorderingen b.p.’s heeft ingetrokken? 2. Verzuim deskundige(n) op te roepen. 3. Bewijsklachten DNA-bewijs. 4. Ontbrekende stukken. 5. Schriftuur b.p.’s. Recht van stieffamilie op vergoeding van affectieschade. Kan worden geanticipeerd op uitbreiding van art. 6:108.3 en 6:108.4 BW per 1-1-2019? HR: art. 81.1 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 18/04476

Datum 16 juni 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 9 oktober 2018, nummer 20/003610-16, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft Th.J. Kelder, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Namens de benadeelde partijen [benadeelde 4], [benadeelde 1] en [benadeelde 2] heeft R. Korver, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De raadsman van de verdachte heeft een verweerschrift ingediend.

De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft bij conclusie en bij aanvullende conclusie geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak doch uitsluitend voor wat betreft de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering van die gevangenisstraf in de mate die de Hoge Raad goeddunkt, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De advocaat van de benadeelde partijen heeft schriftelijk op de conclusie en de aanvullende conclusie gereageerd.

2. Beoordeling van het eerste, het tweede, het derde en het vierde namens de verdachte voorgestelde cassatiemiddel en van de namens de benadeelde partijen voorgestelde cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beoordeling van het vijfde namens de verdachte voorgestelde cassatiemiddel

3.1

Het cassatiemiddel klaagt dat in de cassatiefase de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) is overschreden omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden.

3.2

Het cassatiemiddel is gegrond. Bovendien doet de Hoge Raad in deze zaak waarin de verdachte zich in voorlopige hechtenis bevindt, uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Een en ander brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van twaalf jaren.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;

- vermindert deze in die zin dat deze elf jaren en acht maanden beloopt;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 juni 2020.