Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2020:1050

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
16-06-2020
Datum publicatie
16-06-2020
Zaaknummer
19/01243
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:518
In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2019:2051
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Doodslag (art. 287 Sr) en gekwalificeerde doodslag (art. 288 Sr) op dezelfde dag in januari 2013 te Groningen. Middelen over het oogmerk bij de gekwalificeerde doodslag op A en het (voorwaardelijk) opzet op de dood bij B, het verschil bij het toerekenen van beide feiten en de combinatie van gevangenisstraf (van 24 jaar) en tbs met dwangverpleging. HR: art. 81.1 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2020/797
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/01243

Datum 16 juni 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 6 maart 2019, nummer 21-003339-16, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur en aanvullende schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schrifturen zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

De advocaat-generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 juni 2020.