Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2020:1038

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12-06-2020
Datum publicatie
12-06-2020
Zaaknummer
18/04794
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:96, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2018:3242, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. IPR. Rechtsmacht Nederlandse rechter (art. 7 lid 1 Rv). Voldoende samenhang tussen vorderingen tegen verweerders? Samenhang met zaak 18/04764.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2020/759
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 18/04794

Datum 12 juni 2020

ARREST

In de zaak van

[eiser 1],
wonende te [woonplaats], Angola,

EISER tot cassatie, verweerder in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,

hierna: [eiser 1],

advocaten: R.S. Meijer en A. Stortelder,

tegen

PT VENTURES SGPS S.A.,
gevestigd te Funchal, Portugal,

VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,

hierna: PTV,

advocaat: F.E. Vermeulen.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. het vonnis in de zaak C/13/605112/HA ZA 16-330 van de rechtbank Amsterdam van 17 mei 2017;

  2. de arresten in de zaak 200.222.273/01 van het gerechtshof Amsterdam van 3 oktober 2017, 14 augustus 2018 en 4 oktober 2018.

[eiser 1] heeft tegen het arrest van het hof van 14 augustus 2018 beroep in cassatie ingesteld. PTV heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.

Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor [eiser 1] mede door E.J. Teijgeler en voor PTV mede door G.P. Oosterhoff.

De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.

De advocaat van [eiser 1] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel in het principale beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van het arrest van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • -

    verwerpt het principale beroep;

  • -

    veroordeelt [eiser 1] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van PTV begroot op € 865,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser 1] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 12 juni 2020.