Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2020:1036

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12-06-2020
Datum publicatie
12-06-2020
Zaaknummer
18/02871
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:269, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2018:1105, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Octrooizaak. Proceskostenveroordeling in cassatie; art. 1019h Rv. Zaak zelf: art. 81 lid 1 RO (Uitleg octrooi; equivalentie; bewuste keuze voor in octrooi vermelde stof?)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 18/02871

Datum 12 juni 2020

ARREST

In de zaak van

FRESENIUS KABI NEDERLAND B.V.,
gevestigd te 's-Hertogenbosch,

EISERES tot cassatie,

hierna: Fresenius,

advocaat: A.M. van Aerde,

tegen

ELI LILLY & COMPANY,
gevestigd te Indianapolis, Verenigde Staten van Amerika,

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: Lilly,

advocaat: T. Cohen Jehoram.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. het vonnis in de zaak C/09/537158/KG ZA 17-1072 van de voorzieningenrechter te Den Haag van 24 oktober 2017;

  2. het arrest in de zaak 200.228.753/01 van het gerechtshof Den Haag van 8 mei 2018.

Fresenius heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

Lilly heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaten van beide partijen hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Proceskosten in cassatie

Lilly maakt aanspraak op vergoeding van haar kosten met toepassing van art. 1019h Rv. Zij heeft die kosten begroot op € 205.215,--. Fresenius maakt daartegen bezwaar op de grond dat zij de gevorderde vergoeding excessief acht, gelet op het aantal volgens de opgave van Lilly door haar advocaten aan de schriftelijke toelichting bestede uren en verzoekt om matiging van dat bedrag tot het beloop van haar eigen vordering (€ 134.323,20).

De Hoge Raad ziet aanleiding het als redelijk en evenredig aan Lilly toe te schatten bedrag aan proceskosten te bepalen op € 140.000,--.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

  • -

    verwerpt het beroep;

  • -

    veroordeelt Fresenius in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Lilly begroot op € 865,34 aan verschotten en € 140.000,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 12 juni 2020.