Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2020:1030

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
09-06-2020
Datum publicatie
09-06-2020
Zaaknummer
19/02626
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2019:1987
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:585
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Schietpartij in Lithoijen. Medeplegen voorhanden hebben van munitie, art. 26.1 WWM. Meervoudige kwalificatie. Heeft hof ten onrechte “meermalen gepleegd” toegevoegd aan kwalificatie? HR: Op gronden vermeld in CAG is middel terecht voorgesteld. CAG: In ECLI:NL:HR:1997:ZD0737 heeft HR geoordeeld dat voorhanden hebben van aantal patronen van categorie III slechts één strafbaar feit oplevert. In ECLI:NL:HR:2005:AS6030 heeft HR geoordeeld dat ook voorhanden hebben van munitie van categorie II en/of categorie III, zoals in onderhavige zaak het geval is, slechts één strafbaar feit oplevert. HR verbetert de kwalificatie. Samenhang met 19/02549.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/02626

Datum 9 juni 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 27 mei 2019, nummer 20-000760-15, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, I.N. Weski en P. van Dongen, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend wat betreft de kwalificatie van het onder 2 bewezenverklaarde, tot verbetering van de kwalificatie, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2 Beoordeling van het eerste en het tweede cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beoordeling van het derde cassatiemiddel

3.1

Het cassatiemiddel klaagt dat het hof het onder 2 bewezenverklaarde, voor zover betrekking hebbend op het voorhanden hebben van munitie, ten onrechte heeft gekwalificeerd als “handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd”, aangezien het bewezenverklaarde in zoverre slechts één overtreding van het in artikel 26 lid 1 Wet wapens en munitie vervatte verbod oplevert.

3.2

Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 33 tot en met 36 is het middel terecht voorgesteld en zal de Hoge Raad de kwalificatie verbeteren.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de kwalificatie van het onder 2 bewezenverklaarde voorhanden hebben van munitie;

- kwalificeert het onder 2 bewezenverklaarde voorhanden hebben van munitie als medeplegen van handelen in strijd met artikel 26 lid 1 van de Wet wapens en munitie;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 juni 2020.