Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2020:1022

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
16-06-2020
Datum publicatie
16-06-2020
Zaaknummer
19/03041
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2018:3918
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:598
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Economische zaak. Nu het cassatiemiddel is ingetrokken, kan verdachte in het beroep niet worden ontvangen (vgl. ECLI:NL:HR:2001:AD4299). Samenhang met 19/03042 en 19/03045.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/03041 E

Datum 16 juni 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam, economische kamer, van 24 oktober 2018, nummer 23/002607-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1939,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.S. Nan, advocaat te ’s‑Gravenhage, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. Bij brief van 11 november 2019 heeft de raadsman het cassatiemiddel ingetrokken.

De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd dat de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het ingestelde cassatieberoep.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Nu het cassatiemiddel is ingetrokken, kan de Hoge Raad het beroep van de verdachte niet in behandeling nemen (vgl. HR 30 oktober 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD4299).

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 juni 2020.