Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2020:1010

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
05-06-2020
Datum publicatie
05-06-2020
Zaaknummer
19/01911
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2019:8, Bekrachtiging/bevestiging
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:385, Gevolgd
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Onrechtmatige overheidsdaad. Aanhouding verdachte en inbeslagneming goederen. Publicatie persbericht op website politie. Zaak geseponeerd. Vergoeding van materiële en immateriële schade? Reputatieschade. Onschuldpresumptie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2020-0416
RvdW 2020/733
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 19/01911

Datum 5 juni 2020

ARREST

In de zaak van

[eiser],
wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

hierna: [eiser],

advocaat: A.H.H. Conradi-Vermeulen,

tegen

DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Justitie en Veiligheid),
zetelende te Den Haag,

VERWEERDER in cassatie,

hierna: de Staat,

advocaat: G.C. Nieuwland.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. het vonnis in de zaak C/09/502203/HA ZA 15-1411 van de rechtbank Den Haag van 21 september 2016;

  2. de arresten in de zaak 200.206.083/01 van het gerechtshof Den Haag van 14 februari 2017 en 15 januari 2019.

[eiser] heeft tegen het arrest van het hof van 15 januari 2019 beroep in cassatie ingesteld.

De Staat heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor de Staat toegelicht door zijn advocaat.

De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • -

    verwerpt het beroep;

  • -

    veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Staat begroot op € 982,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 5 juni 2020.