Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:971

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
25-06-2019
Datum publicatie
25-06-2019
Zaaknummer
17/05517
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:504
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2017:3103, Meerdere afhandelingswijzen
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Grootschalige en stelselmatige fraude. (Feitelijke leiding geven aan) medeplegen valsheid in geschrift (begaan door rechtspersoon), meermalen gepleegd (art. 225.1 Sr) en feitelijke leiding geven aan medeplegen oplichting begaan door rechtspersoon, meermalen gepleegd (art. 326.1 Sr). 1. Bewijsklacht valsheid in geschrift. Oogmerk ontoereikend gemotiveerd. 2. Afwijzing bij appelschriftuur gedaan niet op regiezitting maar pas op latere tz. herhaald verzoek tot horen getuigen. 3. Strafmotivering. Hof heeft geen rekening gehouden met omstandigheid dat verdachte i.v.m. zaak veel media-aandacht heeft gekregen. HR: art. 81.1 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2019/812
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 17/05517

Datum 25 juni 2019

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 28 juli 2017, nummer 23/000459-15, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967,

hierna: de verdachte.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben A.B. Vissers en
G.J.M.E. de Bont, beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Procureur-Generaal J. Silvis heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak doch uitsluitend voor wat betreft de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering van die gevangenisstraf in de mate die de Hoge Raad goeddunkt, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De raadslieden hebben daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het eerste, het tweede en het derde middel

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beoordeling van het vierde middel

3.1

Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.

3.2

Het middel is gegrond. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van 27 maanden.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;

- vermindert deze in die zin dat deze 23 maanden beloopt;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 juni 2019.