Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:968

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18-06-2019
Datum publicatie
19-06-2019
Zaaknummer
17/04748
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:389
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2017:3248, (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Medeplegen witwassen geldbedrag, art. 420bis.1.b Sr. Verbeurdverklaring van inbeslaggenomen computer, zaktelefoons, USB-stick en verpakkingsmaterialen. In aanmerking genomen hetgeen is bewezenverklaard en mede gelet op hetgeen Hof blijkens bewijsvoering dienaangaande heeft vastgesteld, is ’s Hofs oordeel dat bewezenverklaarde m.b.v. die voorwerpen is begaan of voorbereid, zonder nadere, doch ontbrekende motivering niet begrijpelijk. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2019/765
SR-Updates.nl 2019-0270
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 17/04748

Datum 18 juni 2019

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van
8 augustus 2017, nummer 23/000136-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972,

hierna: de verdachte.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft N. van Schaik, advocaat te Utrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging en tot zodanige op art. 440 Sv gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen en tot verwerping van het beroep voor het overige.


De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2. Beoordeling van het tweede middel

2.1

Het middel klaagt over de verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen voorwerpen vermeld in het dictum van het vonnis van de Rechtbank onder 1, 6, 8, 9, 10, 14, 15, 16, 17, 18 en 19.

2.2.1

Ten laste van de verdachte is onder 1 bewezenverklaard dat hij:

“omstreeks 12 september 2016 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander, zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen, immers hebben hij, verdachte, en zijn mededader, een geldbedrag van in totaal EUR 2.136.030,-, voorhanden gehad, terwijl hij en zijn mededader wisten, dat bovenomschreven geldbedrag - onmiddellijk of middellijk - geheel of gedeeltelijk afkomstig was uit enig misdrijf.”

2.2.2

Deze bewezenverklaring steunt op de bewijsvoering die is weergegeven in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 5 tot en met 8.

2.2.3

Het Hof heeft, anders dan de Rechtbank, aan de verdachte een deels voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd en heeft het vonnis waarvan beroep voor het overige bevestigd, waarbij het Hof kennelijk heeft beoogd de beslissing van de Rechtbank tot verbeurdverklaring van inbeslaggenomen voorwerpen te bevestigen. Het door het Hof in zoverre bevestigde vonnis van de Rechtbank houdt onder het opschrift ‘Beslag’ het volgende in:

“Verbeurdverklaring

De in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- 1. 1.00 STK Zaktelefoon Blackberry, 5251646;

- 6. 1.00 STK USB-stick (memorykaart) Kingston, 5251938;

- 8. 1.00 STK Zaktelefoon Blackberry Curv, 5251645;

- 9. 1.00 STK Verpakkingsmateriaal, 5252116;

- 10. 1.00 STK Verpakkingsmateriaal, 5252117;

- 14. 1.00 STK Computer Thinkpad, 5251674;

- 15. 1.00 STK Zaktelefoon, 5251675;

- 16. 1.00 STK Zaktelefoon Nokia, 5251676;

- 17. 1.00 STK Zaktelefoon Blackberry, 5251677;

- 18. 1.00 STK Zaktelefoon Blackberry, 5251678;

- 19. 1.00 STK Zaktelefoon Nokia, 5251679.

dienen te worden verbeurd verklaard en zijn daarvoor vatbaar, aangezien met behulp van die voorwerpen het onder 1 bewezen geachte is begaan of voorbereid.”

Het in zoverre bevestigde vonnis houdt voorts onder het opschrift ‘Beslissing’ dienaangaande – kort gezegd – in dat bovengenoemde voorwerpen verbeurd worden verklaard.

2.3

In aanmerking genomen hetgeen ten laste van de verdachte is bewezenverklaard en mede gelet op hetgeen het Hof blijkens de bewijsvoering dienaangaande heeft vastgesteld, is het oordeel van het Hof dat het bewezenverklaarde met behulp van de in het middel bedoelde voorwerpen is begaan of voorbereid, zonder nadere, doch ontbrekende motivering niet begrijpelijk. Het middel slaagt.

3. Beoordeling van de overige middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

De verdachte bevindt zich in voorlopige hechtenis. De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van dertig maanden, waarvan tien maanden voorwaardelijk.

5. Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de verbeurdverklaring van de in het door het Hof in zoverre bevestigde vonnis van de Rechtbank genoemde voorwerpen, genummerd 1, 6, 8, 9, 10, 14, 15, 16, 17, 18 en 19, alsmede wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;

- vermindert de opgelegde gevangenisstraf in die zin dat deze 28 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, beloopt;

- wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 juni 2019.