Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:907

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11-06-2019
Datum publicatie
11-06-2019
Zaaknummer
17/06114
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:375
In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2017:11127, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Syriëganger. Voorbereiden en/of bevorderen van moord en/of doodslag, begaan met terroristisch oogmerk (art. 289a.2 jo. 96.2 Sr) door zichzelf (feit 1) en door zijn broer (feit 2) door in een auto met geld, combatkleding en telefoons richting Syrië te rijden teneinde daar deel te nemen aan gewapende strijd, terwijl zijn broer reeds deelnam aan die strijd. Is met voldoende bepaaldheid gebleken op welk misdrijf voorbereidings- en bevorderingshandelingen zijn gericht? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2017:416, inhoudende dat voor bewezenverklaring van in art. 96.2 Sr bedoelde voorbereiding of bevordering van in art. 289a Sr omschreven misdrijven, voldoende is dat oogmerk van verdachte op voorbereiden of bevorderen van die misdrijven is gericht, zonder dat concretisering van voor te bereiden of te bevorderen misdrijf naar tijdstip, plaats en wijze van uitvoering is vereist en dat daarom slechts is vereist dat met voldoende bepaaldheid blijkt op welk in art. 289a Sr omschreven misdrijf nader aan art. 96.2 Sr ontleende voorbereidings- of bevorderingshandelingen waren gericht. Hof heeft o.m. vastgesteld dat verdachte onderweg was naar zijn broer in Syrië om daar deel te nemen aan gewapende strijd en dat Whatsapp-conversatie tussen verdachte en zijn broer o.m. bepaalde zinsneden bevat. Voorts heeft Hof in aanmerking genomen dat moord en doodslag onderdeel uitmaakten van gewapende strijd in Syrië in de tlgd. periode. Bovendien heeft Hof overwogen dat die vaststellingen, bezien in onderlinge samenhang met feitelijke gedragingen die Hof in bewezenverklaring onder 1 en onder 2A heeft vermeld, tot conclusie leiden dat verdachte tevens oogmerk had om moord en/of doodslag met terroristisch oogmerk voor te bereiden en/of te bevorderen. Aldus heeft Hof als zijn - niet van onjuiste rechtsopvatting getuigende en niet onbegrijpelijke - oordeel tot uitdrukking gebracht dat met voldoende bepaaldheid is gebleken dat gedragingen van verdachte waren gericht op in art. 289a Sr omschreven misdrijven moord en/of doodslag met terroristisch oogmerk en dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte oogmerk had op voorbereiden en/of bevorderen daarvan. Volgt verwerping. Vervolg op ECLI:NL:HR:2017:416.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJB 2019/1442
RvdW 2019/725
NBSTRAF 2019/216 met annotatie van Vermeij, M.J.N.
SR-Updates.nl 2019-0119
TPWS 2019/90
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11 juni 2019

Strafkamer

nr. S 17/06114

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 19 december 2017, nummer 21/001926-17, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben I.T.H.L. van de Bergh en S. Weening, beiden advocaat te Maastricht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman Van de Bergh heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2. Beoordeling van het middel

2.1.

Het middel klaagt dat het oordeel van het Hof dat het oogmerk van de verdachte was gericht op de in art. 289a Sr bedoelde misdrijven, te weten moord en/of doodslag, blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting en/of ontoereikend is gemotiveerd.

2.2.

Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:

"Feit 1

hij in de periode van de maand januari 2013 tot en met 14 augustus 2013 te Arnhem en/of elders in Nederland, met het oogmerk om moord en/of doodslag, zulks te begaan met een terroristisch oogmerk, voor te bereiden, gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van de misdrijven zich heeft getracht te verschaffen,

immers heeft verdachte

1. contact gezocht met één persoon in Syrië en op deze wijze inlichtingen en informatie ingewonnen/verkregen over (nog) aan te schaffen goederen en de gang van zaken/werkwijze in Syrië, en informatie/instructies gekregen over de te volgen route naar/in Syrië en de te benaderen (contact)perso(o)n(en) in Syrië, en

2. één auto gehuurd om daarmee te reizen naar Italië, Turkije en Syrië en om deze - na aankomst in het grensgebied van Turkije/Syrië - aldaar te gebruiken en/of te verkopen en/of in te ruilen voor een andere auto en

3. geld in totaal - ongeveer - 8.165 euro voorhanden gehad, en

4. koffers/tassen, (onder meer) inhoudende combatkleding en survivalkleding en survivalbenodigdheden en (bivak)mutsen en combatbrillen en (berg)schoenen en isokleding en video's voorhanden gehad, inhoudende onder meer beelden van gewapende/schietende personen (in een loopgraaf) en uitleg over een Kalasjnikov en vechten, en

5. gegevens- en informatiedragers met daarop digitale documenten voorhanden gehad met daarop informatie betreffende het Jihadistisch gedachtegoed en martelaarschap en de strijd in Syrië, te weten

een MacBook inbeslaggenomen onder nummer [001] met daarop:

- een filmpje "Jihad Syria: […] vs Tank 5", en/of

- een filmpje van een persoon die een preek, althans verhandeling, geeft over onder andere
Jabhat al Nusra, en/of

- een filmpje van LiveLeak, met de naam "Syria - Tank gets unkilled", en/of

- diverse artikelen van de website mediawerkgroepsyrie.wordpress.com over de strijd in Syrië, en/of

- een artikel gepubliceerd op 16 april 2013 op de website van het blad NRC over waarom jongens naar Syrië willen, en

6. een aantal telefoonabonnementen afgesloten, en

7. één of meer ontmoetingen en/of contact met anderen gehad om voornoemde reis naar Syrië te bespreken;

Feit 2A

hij in de periode van de maand januari 2013 tot en met 14 augustus 2013 te Arnhem en/of elders in Nederland, met het oogmerk om moord en/of doodslag, zulks te begaan met een terroristisch oogmerk, voor te bereiden en/of te bevorderen,

- gelegenheid, middelen tot het plegen van de misdrijven aan [betrokkene 8] heeft getracht te verschaffen,

immers heeft verdachte

1. contact gezocht met één persoon in Syrië en op deze wijze inlichtingen en informatie ingewonnen/verkregen over (nog) aan te schaffen goederen en de gang van zaken/werkwijze in Syrië, en

informatie/instructies gekregen over de te volgen route naar/in Syrië en de te benaderen (contact)perso(o)n(en) in Syrië, en

2. één auto gehuurd om daarmee te reizen naar Italië, Turkije en Syrië en om deze - na aankomst in het grensgebied van Turkije/Syrië - aldaar te gebruiken en/of te verkopen en/of in te ruilen voor een andere auto en

3. geld in totaal - ongeveer - 8.165 euro voorhanden gehad, en

4. koffers/tassen, (onder meer) inhoudende combatkleding en survivalkleding en survivalbenodigdheden en (bivak)mutsen en combatbrillen en (berg)schoenen en isokleding voorhanden gehad,

7. één of meer ontmoetingen en/of contact met anderen gehad om voornoemde reis naar Syrië te bespreken."

2.3.

Met betrekking tot de bewezenverklaring heeft het Hof het volgende overwogen:

"Zoals overwogen door de Hoge Raad in voornoemd arrest van 14 maart 2017 is het, om tot een bewezenverklaring van de in artikel 96, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) bedoelde voorbereiding of bevordering van de in artikel 289a Sr omschreven misdrijven te komen, voldoende indien het oogmerk van de verdachte op het begaan van die misdrijven is gericht, zonder dat een concretisering van het voor te bereiden of te bevorderen misdrijf naar tijdstip, plaats en wijze van uitvoering is vereist. Daarbij overweegt de Hoge Raad dat moet worden aangenomen dat de voor toepassing van artikel 46 Sr vereiste mate van concretisering ook geldt voor artikel 96, tweede lid, Sr. Vereist is derhalve slechts dat met voldoende bepaaldheid blijkt op welk in artikel 289a Sr omschreven misdrijf de nader aan artikel 96, tweede lid, Sr ontleende voorbereidings- of bevorderingshandelingen waren gericht.

Het hof stelt in dit verband het navolgende vast. Op 14 augustus 2013 werden verdachte (in een gehuurde BMW 520d) en medeverdachte [medeverdachte 1] (in een gehuurde Audi A3) in Kleef (Duitsland) aangehouden. In beide auto's werden onder meer geld, kleding, telefoons en combatbrillen aangetroffen.

Verdachte heeft verklaard dat hij op weg was naar zijn broer die op dat moment in Syrië verbleef en bezig was met de gewapende strijd. Daarnaast heeft verdachte erkend dat hij een auto heeft gehuurd om daarmee naar Syrië te reizen en om deze daar te gebruiken en te verkopen. Ook heeft hij erkend dat hij de in de tenlastelegging genoemde kleren en een deel van het geld voorhanden heeft gehad.

In het dossier bevinden zich voorts onder meer WhatsApp-gesprekken en sms-berichten tussen verdachte en zijn broer en tussen verdachte en zijn echtgenote. In de WhatsApp conversaties tussen verdachte en zijn broer is het strijdtoneel in Syrië een veel voorkomend onderwerp. Dit leidt het hof onder meer af uit de volgende zinssneden:

- "je uiteindelijke basis zal in een buitenwijk van alleppo zijn..Miss dat je daarheen moet om te wachten tot de trainingskamp gaat beginnen."

- "ga jullie alles leren wat ik ken hier"

- "koop alles wat met legerkleding te maken heeft in turkije"

- "Als jij zo'n gast in jouw handen hebt..En je mag hem slachten"

- "Omdat je weet dat die vuile alawieten de moslims hoer (het hof begrijpt dat wordt bedoeld: hier) aandoen."

- "Als je bekijkt wat die varkens onze broeders en zusters hebben aangedaan is een onthoofding nog een vorm van barmhartigheid".

Verder bevindt zich in het dossier een afscheidsbrief van de echtgenote van verdachte aan verdachte.

Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat met voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat verdachte onderweg was naar zijn broer in Syrië om daar deel te nemen aan de gewapende strijd. Het hof neemt daarbij naast bovengenoemde WhattsApp gesprekken in aanmerking dat moord en doodslag onderdeel uitmaakten van de gewapende strijd in Syrië in de tenlastegelegde periode zoals onder meer blijkt uit rapporten van De Graaff en 'Bestemming Syrië' die zich in het dossier bevinden.

Voorts volgt uit de bewijsmiddelen dat verdachte de in de feiten 1 en 2A genoemde feitelijkheden, zoals hierna onder "bewezenverklaring" vermeld, heeft begaan. Deze handelingen leiden - in onderling verband en samenhang bezien - tot de conclusie dat verdachte tevens het oogmerk had om moord en/of doodslag met een terroristisch oogmerk voor te bereiden en/of te bevorderen."

2.4.

De te dezen toepasselijke strafbepalingen luiden als volgt:

- art. 288a Sr:

"Doodslag, gepleegd met een terroristisch oogmerk, wordt gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste dertig jaren of geldboete van de vijfde categorie."

- art. 289 Sr:

"Hij die opzettelijk en met voorbedachten rade een ander van het leven berooft, wordt, als schuldig aan moord, gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste dertig jaren of geldboete van de vijfde categorie."

- art. 289a Sr:

"1. De samenspanning tot het in artikel 289 omschreven misdrijf, te begaan met een terroristisch oogmerk, alsmede het in artikel 288a omschreven misdrijf, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste tien jaren of geldboete van de vijfde categorie.

2. Artikel 96, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing."

- art. 96 Sr:

"1. De samenspanning tot een der in de artikelen 92-95a omschreven misdrijven wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste tien jaren of geldboete van de vijfde categorie.

2. Dezelfde straf is toepasselijk op hem die, met het oogmerk om een der in de artikelen 92-95a omschreven misdrijven voor te bereiden of te bevorderen:

1°. een ander tracht te bewegen om het misdrijf te plegen, te doen plegen of mede te plegen, om daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen;

2°. gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van het misdrijf zich of anderen tracht te verschaffen;

3°. voorwerpen voorhanden heeft waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van het misdrijf;

4°. plannen voor de uitvoering van het misdrijf, welke bestemd zijn om aan anderen te worden medegedeeld, in gereedheid brengt of onder zich heeft;

5°. enige maatregel van regeringswege genomen om de uitvoering van het misdrijf te voorkomen of te onderdrukken, tracht te beletten, te belemmeren of te verijdelen."

2.5.

Voor een bewezenverklaring van de in art. 96, tweede lid, Sr bedoelde voorbereiding of bevordering van de in art. 289a Sr omschreven misdrijven, is voldoende dat het oogmerk van de verdachte op het voorbereiden of bevorderen van die misdrijven is gericht, zonder dat een concretisering van het voor te bereiden of te bevorderen misdrijf naar tijdstip, plaats en wijze van uitvoering is vereist. Vereist is daarom slechts dat met voldoende bepaaldheid blijkt op welk in art. 289a Sr omschreven misdrijf de nader aan art. 96, tweede lid, Sr ontleende voorbereidings- of bevorderingshandelingen waren gericht (vgl. HR 14 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:416).

2.6.

Het Hof heeft onder meer vastgesteld dat de verdachte onderweg was naar zijn broer in Syrië om daar deel te nemen aan de gewapende strijd en dat de Whatsapp-conversatie tussen de verdachte en zijn broer onder meer de volgende zinsneden bevat: "je uiteindelijke basis zal in een buitenwijk in alleppo zijn..Miss dat je daarheen moet om te wachten tot de trainingskamp gaat beginnen", "ga jullie alles leren wat ik ken hier", "koop alles wat met legerkleding te maken heeft in turkije", "Als jij zo'n gast in jouw handen hebt..En je mag hem slachten", "Omdat je weet dat die vuile alawieten de moslims hier aandoen" en "Als je bekijkt wat die varkens onze broeders en zusters hebben aangedaan is een onthoofding nog een vorm van barmhartigheid". Voorts heeft het Hof in aanmerking genomen dat moord en doodslag onderdeel uitmaakten van de gewapende strijd in Syrië in de tenlastegelegde periode. Bovendien heeft het Hof overwogen dat die vaststellingen, bezien in onderlinge samenhang met de feitelijke gedragingen die het Hof in de bewezenverklaring onder 1 en onder 2A heeft vermeld, tot de conclusie leiden dat de verdachte tevens het oogmerk had om moord en/of doodslag met een terroristisch oogmerk voor te bereiden en/of te bevorderen.

2.7.

Aldus heeft het Hof als zijn - niet van een onjuiste rechtsopvatting getuigende en niet onbegrijpelijke - oordeel tot uitdrukking gebracht dat met voldoende bepaaldheid is gebleken dat de gedragingen van de verdachte waren gericht op de in art. 289a Sr omschreven misdrijven moord en/of doodslag met een terroristisch oogmerk, en dat bewezen kan worden verklaard dat de verdachte het oogmerk had op het voorbereiden en/of bevorderen daarvan.

2.8.

Het middel faalt.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 juni 2019.