Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:903

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11-06-2019
Datum publicatie
12-06-2019
Zaaknummer
17/06056
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:613
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Reeks straatroven, poging tot zware mishandeling, openlijke geweldpleging en wederspannigheid. Bewijsklachten, een klacht m.b.t. de motivering van de oplegging van TBS met dwangverpleging en een klacht over de afwijzing van een in verband met de oplegging van TBS gedaan vw. verzoek om aanvullend onderzoek. HR: art. 81.1 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2019/739
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 17/06056

Datum 11 juni 2019

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 28 november 2017, nummer 23/001108-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997,

hierna: de verdachte.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak ten aanzien van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering van de duur daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

De verdachte bevindt zich in voorlopige hechtenis. De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Aangezien de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van twaalf maanden met aftrek van voorarrest als bedoeld in art. 27 Sr en de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege zich naar haar aard niet voor vermindering leent, zal de Hoge Raad volstaan met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden.

4 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 juni 2019.