Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:845

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
04-06-2019
Datum publicatie
04-06-2019
Zaaknummer
18/02487
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:593
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Medeplegen bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht door samen met haar toenmalige vriend dreigende taal (o.m. "ik ga jou helemaal kapot maken" en "je bent gewoon aan de beurt") te uiten richting gezinsvoogd omdat zij haar dochter niet mee naar huis kreeg, terwijl verdachte toentertijd werkzaam was bij politie, art. 285.1 Sr. Zijn bedreigingen van dien aard en onder zodanige omstandigheden geschied dat bij aangeefster in redelijkheid vrees kon ontstaan dat zij het leven zou kunnen verliezen? HR: art. 81.1 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2019/706
TPWS 2019/92
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

4 juni 2019

Strafkamer

nr. S 18/02487

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 22 december 2017, nummer 21/002173-16, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.E. Kötter, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het vierde middel

2.1.

Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.

2.2.

Het middel is gegrond. Gelet op de aan de verdachte opgelegde geheel voorwaardelijke taakstraf van twintig uren, subsidiair tien dagen hechtenis, met een proeftijd van twee jaren en de mate waarin de redelijke termijn is overschreden, is er geen aanleiding om aan het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden enig rechtsgevolg te verbinden en zal de Hoge Raad met dat oordeel volstaan.

3 Beoordeling van de overige middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 juni 2019.