Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:717

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
14-05-2019
Datum publicatie
14-05-2019
Zaaknummer
17/01686
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:516
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Witwassen (meermalen gepleegd) door geldbedragen die verdachte heeft bespaard door onjuiste aangiften omzetbelasting als handelsgeld aan te wenden in zijn onderneming, art. 420bis.1.b Sr. Kan uit bewijsvoering worden afgeleid dat verdachte telkens van uit misdrijf afkomstige geldbedragen "gebruik heeft gemaakt"? Aangezien bewezenverklaring, v.zv. inhoudende dat verdachte van geldbedragen die hij “bespaard” heeft "gebruik heeft gemaakt", niet z.m. uit door Hof gebruikte bewijsvoering kan worden afgeleid, is bestreden uitspraak in zoverre niet naar de eis der wet met redenen omkleed. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2019/623
SR-Updates.nl 2019-0235
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

14 mei 2019

Strafkamer

nr. S 17/01686

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 15 maart 2017, nummer 21/004439-12, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.C. Reisinger, advocaat te Utrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak wat betreft de beslissingen inzake het onder 3 tenlastegelegde alsmede de strafoplegging, terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, teneinde in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan, en verwerping van het beroep voor het overige.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het eerste, het tweede en het derde middel

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beoordeling van het vierde middel

3.1.

Het middel klaagt onder meer dat de bewezenverklaring van het onder 3 tenlastegelegde niet naar de eis der wet met redenen is omkleed, aangezien uit de door het Hof gebruikte bewijsvoering niet kan worden afgeleid dat de verdachte telkens van uit misdrijf afkomstige geldbedragen "gebruik heeft gemaakt".

3.2.1.

Ten laste van de verdachte is onder 3 bewezenverklaard dat:

"hij in de periode van 10 januari 2008 tot en met 12 oktober 2010, in Nederland, telkens van geldbedragen gebruik heeft gemaakt, terwijl hij, verdachte, wist dat die geldbedragen onmiddellijk afkomstig waren uit enig misdrijf."

3.2.2.

Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

"1. Het relaas van de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , beiden opsporingsambtenaar Belastingdienst/FIOD, als opgenomen in het door hen op 21 november 2011 op ambtsbelofte opgemaakte overzichtsproces-verbaal, behorende bij het dossier met nummer 47228, dossierpagina's 001 tot en met 052, waarbij de in dit proces-verbaal gerelateerde feiten zijn gecontroleerd en juist bevonden aan de hand van de onderliggende stukken en de bereikte conclusies zijn getoetst aan datzelfde materiaal. Het relaas van de verbalisanten houdt voor zover van belang in:

Wij hebben gezien dat [verdachte] in 2008 nagenoeg uitsluitend goud heeft ingekocht van de firma's [A] BV (hierna: [A] ) en [B] . Wij hebben gezien dat beide ondernemingen niet hebben voldaan aan hun eigen belastingverplichtingen en worden aangemerkt als "ploffer" of "missing trader".
[verdachte] heeft dit ingekochte goud verkocht aan [C] B.V. (hierna: [C] ) en aan [D] B.V. (hierna: [D] )
(pagina 5).

Wij, verbalisanten, hebben onderzoek gedaan naar de aangiften omzetbelasting 2008 van [verdachte] . Bij de vergelijking van de ingediende aangiften omzetbelasting (zie tabel 1 hierna) met het grootboek (zie tabel 2 hierna) zien wij dat [verdachte] per saldo € 25.111,- te weinig op aangifte heeft afgedragen. Daarnaast zien wij dat [verdachte] door een tweetal verkoopfacturen niet in de administratie op te nemen € 20.842,- te weinig verschuldigde BTW in zijn aangifte van juni 2008 heeft opgenomen (pagina 12).

Het betreft de navolgende facturen:

- 2008025 van 27 juni 2008 factuurwaarde € 79.289,- in rekening gebrachte OB € 15.064,- (bijlage D-036)

- 2008026 van 30 juni 2008 factuurwaarde € 30.415,- in rekening gebrachte OB € 5.778,- (bijlage D-037):

De facturen zijn wel opgenomen in de administratie van [E] . Ook zijn de doorslagen van deze facturen aangetroffen in het "bonnenboekje" van [verdachte]
(pagina 12).

Tabel 1 Verschuldigde belasting op basis van de ingediende aangiften:

Aangiften omzetbelasting 2008 ingediend bij Belastingdienst

Verschuldigd

Voorbelasting

Afdracht

aangifte

maand

€ 3.074,00

€ 8.386,00

-€ 5.312,00

jan-08

€ 655,00

€ 283,00

€ 372,00

feb-08

€ 3.822,00

€ 3.227,00

€ 595,00

mrt-08

€ 19.972,00

€ 18.993,00

€ 979,00

apr-08

€ 31.505,00

€ 30.989,00

€ 516,00

mei-08

€ 41.633,00

€ 41.289,00

€ 344,00

jun-08

€ 100.663,00

€ 99.885,00

€ 778,00

jul-08

€ 94.320,00

€ 94.320,00

€ 0,00

aug-08

€ 150.790,00

€ 140.301,00

€ 10.489,00

sep-08

€ 6.512,00

€ 3.409,00

€ 3.103,00

okt-08

€ 8.835,00

€ 2.404,00

€ 6.431,00

nov-08

€ 8.196,00

€ 93,00

€ 8.103.0C

dec-08

€ 469.977,00

€ 443.579,00

€ 26.398,00

Tabel 2 Verschuldigde belasting op basis van grootboek 2008

Uit grootboek 2008

rek 1595 te betalen 08 19%

rek1591

voorbelasting

verschuldigd op ag

maand

2.993,00

8.385,00

-5.392,00

jan-08

655,00

283,00

372,00

feb-08

6.326,00

8.796,00

-2.470,00

mrt-08

22.401,00

18.492,00

3.909,00

apr-08

32.418,00

22.486,00

9.932,00

mei-08

50.054,00

58.739,00

-8.685,00

jun-08

139.289,00

136.923,00

2.366,00

jul-08

101.035,00

89.655,00

11.380,00

aug-08

93.790,00

94.230,00

-440,00

sep-08

10.041,00

3.484,00

6.557,00

okt-08

35.884,00

2.474,00

33.410,00

nov-08

641,00

70,13

570,87

dec-08

€ 495.527,00

444.017,13

€ 51.509,87

We zien in de bovenstaande overzichten dat alleen de ingediende aangifte over de maand februari 2008 aansluit met het grootboek (pagina 14).

[verdachte] heeft in verhoor V01-03 over de aangiften het volgende verklaard:

wij tonen u documenten D-004 en D-005, dit betreffen facturen welke opgemaakt zijn door gehoorde en wel zijn aangetroffen in de administratie van [E] en niet in de administratie van gehoorde. Op de vraag: wat kunt u daarover verklaren? antwoordde gehoorde: "Ik denk dat het mijn handschrift is en mijn handtekening. Ik heb geen commentaar" (pagina 15).

Wij hebben u zojuist een aantal facturen laten zien die niet in uw kasboek staan vermeld. Op de vraag: Wat kunt u hierover vertellen? antwoordde gehoorde: "geen antwoord" (pagina 16).

Wij, verbalisanten, hebben onderzoek gedaan naar het kasboek van [F] . Wij hebben het kopiekasboek welke de inspecteur tijdens het boekenonderzoek in 2008 heeft gemaakt vergeleken met het originele kasboek welke wij op 13 oktober 2010 in beslag hebben genomen. We zien hierbij dat na het boekenonderzoek van de inspecteur, 10 kasstortingen zijn bijgeboekt in de maanden augustus en september 2008. Wij hebben de gekopieerde kasbladen uit het op 13 oktober 2010 in beslag genomen kasboek (bijlage D-136) vergeleken met de kasbladen (D-022) tot en met 3 oktober 2008 die door de controlerend ambtenaar in het controledossier zijn gevoegd.

Wij hebben de onderstaande verschillen gezien:

Kasboek tijdens controle 2008 (D-022)

In beslag genomen kasboek 13 oktober 2010 (D-136)

Verschil

storting

D-022 blz 63

Storting 18-8- 08 € 4.500

D-136 blz 51

Storting 18-8- 08 € 4.500

Storting na 18-8-08 € 3.000 Storting 31-8-08 € 3.000

€ 6.000

D-022 blz 67

Geen kasstortingen

D-136 blz 59

Storting 519108 € 1.500

Storting 8-9-08 € 4.000

Storting 9-9-08 € 1.500

€ 7.000

D-022 blz 69

Geen kasstortingen

D-136 blz 60

Storting 10-9-08 € 1.500

Storting 11-9-08 € 1.500

Storting 13-9-08 € 1.500

€ 10.500

D-022 blz 77
Storting 23-09-08 € 100 Storting 24-9-08 € 2.500

D-136 blz 64

Storting 23-9-08 € 1.000

Storting 24-9-08 € 4.000

€ 2.400

Verschil meer in kas

€ 25.900

Tijdens het onderzoek zijn drie facturen aangetroffen (D-142) die niet in het kasboek zijn opgenomen. Aan de ontvangstkant betreft dit twee facturen van verkopen sloopgoud aan [E] . De facturen zijn ook aangetroffen in de administratie 2008 van [betrokkene 1] handelend onder de naam " [E] " (zie bijlage 036 en D-037).

- factuur D-142 1/2 30-06-2008 factuurnummer 2008026 inclusief OB € 36.194,14

- factuur D-142 2/2 7-06-2008 factuurnummer 2008025 inclusief OB € 94.354,11

Aan de uitgavenkant is een factuur (D-134) van 6 november 2008 afkomstig van [H] te [plaats] niet als uitgave geboekt (pagina 19).

[verdachte] heeft in het kasboek op 3 juni een storting uit privé geboekt ad € 30.000,-. De omschrijving bij deze boeking is "privé-lening." Zonder deze boeking ontstaat vermoedelijk een zogenoemd administratief negatief saldo per 3 juni 2008.

In ambtshandeling AH-055 (dossierpagina's 1339 t/m 1361) is beschreven dat wij onderzoek hebben gedaan naar het kasboek van [verdachte] , over het kasboek is onder andere beschreven dat:

Op blad 3 ontstaat een negatief kassaldo

Dit negatieve kassaldo ontstaat door boeking van factuur D-040b van [A]

Op blad 5 ontstaat een negatief kassaldo

Dit negatieve kassaldo ontstaat door boeking van factuur D-042 van [A]

Op blad 8 ontstaat een negatief kassaldo

Dit negatieve kassaldo ontstaat door boeking van factuur D-044 van [A]

Op blad 8 ontstaat een negatief kassaldo

Dit negatieve kassaldo ontstaat door boeking van factuur D-043 van [A]

Op blad 11 ontstaat een negatief kassaldo

Dit negatieve kassaldo ontstaat door boeking van factuur D-047 van [A] (pagina 20).

Door de FIOD wordt onder Gefisnummer 47226 strafrechtelijk onderzoek ingesteld tegen [betrokkene 1] h/o [E] .

Wij, verbalisanten, hebben in de administratie van [betrokkene 1] eveneens facturen aangetroffen die op naam van [A] BV zijn opgesteld.

In onderstaand overzicht hebben wij alle bekende facturen op naam van [A] BV ( [A] ) samengevat:

facturen [A] BV

factuur

nummer

factuur bedrag inclusief

factuur aan

datum leesbaar met evt aanp.

printdatum op factuur

verval datum op factuur

bet.

Conditie

6000673

€ 52.188,64

[F]

10-1-2008

10-1-2008

10-1-2008

0 dagen

6000530

€ 54.561,50

[F]

12-2-2008

12-2-2008

23-9-2007

10 dagen

6000540

€ 56.599,97

[F]

17-3-2008

17-3-2008

17-3-2008

0 dagen

6000685

€ 58.054,15

[F]

22-4-2008

22-4-2008

22-4-2008

0 dagen

6000688

€ 61.348,07

[F]

24-4-2008

24-4-2008

24-4-2008

0 dagen

6000693

€ 79.175,46

[F]

6-5-2008

6-5-2008

9-5-2008

3 dagen

6000695

€ 88.754,96

[F]

8-5-2008

8-5-2008

11-5-2008

3 dagen

6000705

€ 49.686,07

[F]

3-6-2008

3-6-2008

3-6-2008

0 dagen

6000709

€ 56.599,97

[F]

6-6-2008

6-6-2008

6-6-2008

cash

6000709

€114.091, 25

[E]

6-6-2008

6-6-2008

6-6-2008

cash

6000712

€61.637,24

[E]

10-6-2008

10-6-2008

10-6-2008

cash

6000714

€ 76.465,83

[E]

16-6-2008

16-6-2008

16-6-2008

cash

6000720

€137.673,48

[E]

19-6-2008

19-6-2008

19-6-2008

cash

6000713

€ 61.637,24

[F]

20-6-2008

10-6-2008

10-6-2008

cash

6000723

€ 64.159,46

[E]

1-7-2008

1-7-2008

1-7-2008

cash

(pagina 24)

Wij zien in het overzicht dat de factuur met nummer "6000713" in de nummervolgorde van de facturen vermoedelijk, conform de geprinte datum op de factuur te weten 10 juni 2008 is opgemaakt.

Wij zien dat factuur "6000713" (D-047) en factuur "6000712" (D-149) qua omschrijving en bedragen exact overeen komen. Factuur 6000712 is echter uitgeschreven aan [E] .

Wij zien in het overzicht dat het factuurnummer 6000709 met datum 6-6-2008 zowel in de administratie van [verdachte] als ook in de administratie van [E] is gebruikt. Tevens zien wij dat de bedragen van factuur 6000709 in de administratie van [verdachte] exact overeen komen met factuur 6000540 welke 3 maanden eerder is uitgeschreven.

Wij zien dat de geplaatste handtekening wel van elkaar verschilt.

Wij zien dat de facturen die hierna zijn opgenomen een identieke goederenomschrijving bevatten

D-045

3-6-2008

6000705

mix goud 12,23 per gram

€ 41.753,00

€ 7.933,07

€49.686,07

D-048

6-6-2008

6000709

mix goud 12,23 per qram

€ 47.563,00

€ 9.036,97

€ 56.599,97

D-047

20-6-2008

6000713

mix goud 12,23 per qram

€ 51.796,00

€ 9.841,24

€ 61.637,24

Wij zien dat:

• deze facturen zijn gedateerd tussen 3 juni 2008 en vermoedelijk 10 juni 2008.

• deze facturen geen karaatgehalte of zuivergoud gehalte bevatten, de omschrijving slechts "mix goud" luidt.

• de prijs per gram voor dit mix goud op alle drie de facturen 12,23 per gram bedraagt. Dit is opmerkelijk omdat in de handel in edelmetaal gerekend wordt met een dagprijs die afhankelijk is van de prijs van zuiver goud. Deze prijs wisselt nagenoeg dagelijks.

• op alle facturen het vermelde bedrag van de goederenwaarde een bedrag is dat eindigt op een rond bedrag in Euro.

• op de facturen die [verdachte] zelf opmaakt de verkochte edelmetalen, net als bij de facturen van [C] , gespecificeerd per gehalte en gewicht, soms tot op twee of drie decimalen, wordt berekend en wordt per verkochte hoeveelheid en gehalte een prijs per gram op de facturen vermeld (pagina 25).

Wij, verbalisanten, hebben onderzoek gedaan naar de vermoedelijke valsheid van de facturen van [A] BV.

In ambtshandeling AH-052 staat onder andere beschreven dat:

• In verhoor V01-03 [verdachte] verklaart gehandeld te hebben met [betrokkene 2] (enig aandeelhouder [A] ).

• In verhoor V03-01 [betrokkene 2] verklaart nooit met [verdachte] of anderen gehandeld te hebben in sloopgoud.

[betrokkene 2] verklaarde hierover als volgt:

"Ik ben destijds door [betrokkene 3] gevraagd een bedrijfje van hem op mijn naam te zetten. [betrokkene 3] had mij gezegd dat hij als Irakees daar problemen mee kreeg. Ik heb toen tegen [betrokkene 3] gezegd dat dat goed was, maar dat ik daar geen gezeur over wilde krijgen." (pagina 25).

Wij lezen in de verklaring van getuige [getuige 1] (G-01-02) van de belastingdienst onder andere het volgende over [A] B.V.:

In het belastingdienst systeem IKB kwam ik een controlerapport tegen over [A] B.V. In het rapport las ik dat [A] B.V. niet te traceren was op de bij ons bekende adressen. Daarnaast las ik dat er omzet was gerealiseerd in het 1e kwartaal 2008 maar dat dit niet was aangegeven voor de omzetbelasting. In de audit file van [verdachte] had ik echter wel gezien dat er in het 1e en 2e kwartaal 2008 door [A] B.V. goud was geleverd en dat dit kennelijk niet op de aangifte was aangegeven (pagina 38).

Gelijktijdig met de opdracht om bij [verdachte] een controlebezoek te brengen ontving de controlerend ambtenaar, eveneens in het kader van de actie "Goudzoeker" de opdracht bij het bedrijf van [B] een onderzoek in te stellen.

In de administratie van [B] trof de controlerend ambtenaar geen enkele factuur aan met betrekking tot zijn handel in sloop goud aan [verdachte] .

In de administratie van [verdachte] zaten wel een 20 tal facturen van [B] (pagina 39).

Wij hebben gezien dat de eerste vijf verkoopfacturen van [B] in de administratie van [verdachte] sterke gelijkenis vertonen met de facturen van [A] , inclusief schrijffouten. In de administratie van [B] is door ons geen enkel spoor gevonden van inkoopactiviteiten door [B] (pagina 40).

In het onderzoek tegen [B] is [getuige 1] , inspecteur van de Belastingdienst [...] door ons als getuige gehoord. [getuige 1] verklaart met betrekking tot de aangetroffen facturen van [B] het volgende:

[B] kwam het goud aanbieden in de winkel van [verdachte] . [B] had bij de eerste verkopen geen facturen bij zich. Hij is hierop even weggegaan uit de winkel en kwam kort daarop terug met geprinte facturen. Later toen ik deze geprinte facturen in de administratie van [verdachte] zag viel mij op dat deze er heel anders uitzagen dan de blanco factuur die ik eerder van [B] had gekregen op 3 oktober 2008. Ik zag ook dat de bewuste geprinte facturen een sterke gelijkenis vertoonden met de facturen van [A] B.V. Bij nadere vergelijking zag ik op de voettekst van de facturen van zowel [B] als op die van [A] B.V. exact dezelfde taalfouten en omissies. Ook de lay-out en indeling van de facturen is nagenoeg gelijk (pagina 40).

[verdachte] heeft in verhoor V01-04 over de facturen van [B] het volgende verklaard:

Wij tonen u beide facturen naast elkaar, u kunt zien dat de lay-out van de getoonde facturen exact overeenkomen inclusief de typefouten. Op de vraag "Wat kunt u hierover verklaren?", antwoordde gehoorde:

Ik denk dat [B] de facturen van [A] B.V. bij mij heeft gezien toen wij die eerste keer over facturen hebben gesproken. Hij heeft geen kopie van mij gehad, mogelijk heeft hij alle gegevens overgeschreven.

[B] koopt volgens zijn verklaring in van ondernemers binnen de Europese Unie. Zowel in de administratie van [B] als in het VIES systeem, het Europese belastingdienst systeem voor intracommunautaire transacties, is geen enkele vermelding gevonden van buitenlandse bedrijven die aan [B] goud zouden hebben geleverd.

De werkwijze van [B] is nagenoeg identiek als de situatie daarvoor met het bedrijf [A] B.V. als enige toeleverancier (pagina 45).

Wij zien in het overzicht (D-138) dat [verdachte] , omgerekend naar een goudgehalte van 24 karaat, een gewicht ad 3.357,880 gram meer heeft verkocht dan hij heeft ingekocht (pagina 46).

Door [betrokkene 4] is in een deskundigenrapport het strafrechtelijk onderzoek met nummer 47228 tegen [verdachte] beoordeeld. In het deskundigenrapport (AH-059A, dossierpagina's 374 tot en met 381) wordt over dit onderzoek verklaard:

Op basis van hetgeen in het strafrechtelijk onderzoek is onderzocht en geverbaliseerd wist of had [verdachte] moeten weten dat hij met zijn aankopen bij [A] B.V. en [B] onderdeel uitmaakte van een btw-fraude.

De facturen van [B] zijn eveneens vals nu op geen enkele wijze is vastgesteld dat door [B] is ingekocht en hij daar ook financieel geen mogelijkheid toe had. Opvallend is dat de facturen van [A] aan [verdachte] stoppen op het moment dat de Belastingdienst een boekenonderzoek bij [A] aankondigt. Vanaf dat moment bevinden zich facturen van [B] in de administratie van [verdachte] . Verder is vastgesteld dat de handel in sloopgoud nagenoeg volledig is gestopt nadat de Belastingdienst de handelaren heeft meegedeeld dat ter zake van deze handel niet langer omzetbelasting mag worden berekend (pagina 48-49).

Gelet op hetgeen hiervoor is beschreven vermoeden wij dat [verdachte] grote hoeveelheden goud heeft verhandeld waarvan de herkomst niet te herleiden is. Zowel bij [A] B.V. als haar opvolger [B] is niets terug te vinden van enige goudinkoop. Vermoedelijk heeft [verdachte] met Fendi en [B] een constructie bedacht om aan inkoopfacturen te kunnen komen. Met gebruikmaking deze valse facturen kon [verdachte] vooraftrek opvoeren in zijn BTW aangiften en verhullen waar het goud daadwerkelijk vandaan kwam (pagina 51).

2. Het als bijlage bij voormeld hoofdproces-verbaal, gevoegde schriftelijk bescheid als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, te weten een ambtsedige verklaring Omzetbelasting (D-024), inhoudende:

De ondergetekende, [betrokkene 5] , als ambtenaar werkzaam bij de Belastingdienst/Centrale administratie, verklaart op de eed bij de aanvang van zijn bediening afgelegd, ten behoeven van [verdachte] , [a-straat 1] te [plaats] , sofinummer [0001] (hierna te noemen belastingplichtige):

X dat belastingplichtige is uitgenodigd tot het doen van aangifte omzetbelasting over de tijdvakken januari 2008 t/m december 2008. Een overzicht van de data waarop deze uitnodigingen op of omstreeks ter bezorging zijn aangeboden voeg ik als bijlage bij deze verklaring. Een afdruk van de gegevens voeg ik als bijlage bij deze verklaring

X dat over de tijdvakken januari 2008 t/m december 2008 de aangiften omzetbelasting betreffende belastingplichtige elektronisch zijn binnengekomen met behulp van een softwarepakket op de computersystemen van de Belastingdienst door tussenkomst van Administratiekantoor [...] te [plaats] .

De gegevens die op de namens belastingplichtige ingediende aangiften zijn vermeld voeg ik als bijlagen bij deze verklaring. Tevens heb ik een vertaaltabel bijgevoegd om de gegevens te kunnen lezen.

De bijlagen D-24 2/19 en D-24 6/19 tot en met 19/19 zijn in kopie aangehecht.

3. Een schriftelijk bescheid als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, te weten een uittreksel uit het handelsregister van de Kamers van Koophandel, gedateerd 16 augustus 2010, inhoudende -voor zover van belang-:

Onderneming:

Handelsnaam : [F]

Rechtsvorm : Eenmanszaak

Bedrijfsomschrijving : Detailhandel in sieraden

De onderneming wordt gedreven voor rekening van:

Naam : [verdachte]

Geboortedatum en –plaats : [geboortedatum] 1962, [geboorteplaats] .

Bijlage D-025, pagina 799

3. een schriftelijk bescheid als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, te weten een uittreksel uit het handelsregister van de Kamers van Koophandel, gedateerd 02-02-2005, inhoudende -voor zover van belang-:

Rechtsvorm : Besloten vennootschap

Naam : [A] B.V.

Onderneming

Handelsna(a)m(en) : [A] B.V.

[G]

Bedrijfsomschrijving : [....]. Tevens groothandel
in juwelen

Bestuurder(s)

Naam : [betrokkene 3]

Geboortedatum en -plaats : [geboortedatum] 1978, [geboorteplaats]

Infunctietreding : 01-12-2004

Bijlage D:096, pagina's 907 en 908

4. een schriftelijk bescheid als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, te weten een uittreksel uit het handelsregister van de Kamers van Koophandel, gedateerd 11-03-2008, inhoudende -voor zover van belang-:

Rechtsvorm : Besloten vennootschap

Naam : [A] B.V.

Onderneming

Handelsna(a)m(en) : [A] B.V.

[G]

Bedrijfsomschrijving : [....]. Tevens groothandel in juwelen

Bestuurder(s)

Naam : [betrokkene 2]

Geboortedatum en –plaats : [geboortedatum] 1965, [geboorteplaats]

Infunctietreding : 10-09-2007

Bijlage D-093, pagina's 903 en 904

5. Het relaas van de verbalisant [verbalisant 2] , opsporingsambtenaar Belastingdienst/FIOD, als opgenomen in het door hem op 7 juni 2011 op ambtsbelofte opgemaakte proces-verbaal Onderzoek administratie [F] 2008, behorende bij het dossier met nummer 47228, dossierpagina's 345 tot en met 358, waarbij de in dit proces-verbaal gerelateerde feiten zijn gecontroleerd en juist bevonden aan de hand van de onderliggende stukken en de bereikte conclusies zijn getoetst aan datzelfde materiaal. Het relaas van de verbalisant houdt voor zover van belang in:

In het overzicht D-137 (dossierpagina 1215) is te zien dat [verdachte] in 2008 op factuur heeft ingekocht van onder andere [A] B.V. in de periode 1 januari 2008 tot en met medio juni 2008 en vanaf juni 2008 tot 30 september 2008 bij [B] . In de administratie heb ik geen andere inkoop van ondernemers aangetroffen.

In het kasboek over 2008 heb ik een groot aantal inkopen van sloopgoud van particulieren aangetroffen. Deze inkopen zijn door mij opgenomen met de omschrijving "inkoop winkel".

In het overzicht zie ik dat er een aantal karaatsoorten wel door [verdachte] worden verkocht, zonder dat deze, voor zover zichtbaar in de administratie door [verdachte] zijn ingekocht.

Gelet op hetgeen hiervoor is geverbaliseerd berusten de voorraadwaarderingen per ultimo 2007 en 2008 op schattingen. Wat de daadwerkelijke voorraad bedraagt is onbekend. Gelet op de inkopen in het vierde kwartaal en de totale omzet van de winkel volgens het kasboek, moet de eindvoorraad beduidend hoger zijn dan het bedrag dat in de jaarrekening is opgevoerd. Een onderverdeling tussen winkelvoorraad en sloopgoud ontbreekt.

Ik zie dat de factuur van [A] B.V. van 10 januari 2008 het factuurnummer 6000673 heeft (D-040-A, pagina 818). De facturen van 12 februari 2008 en 17 maart 2008 hebben een lager nummer, namelijk 6000530 (D-040-B) en 6000540 (D-042, pagina 821). Ik zie dat alle facturen van [A] in de administratie van [verdachte] een oplopend nummer laten zien, behalve de factuur van 10 januari 2008.

6. Een door [verbalisant 3] en [verbalisant 4] , beiden opsporingsambtenaar Belastingdienst/FIOD, op 13 oktober 2010 op ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal verhoor van een getuige, behorende bij dossiernummers 44855, 44957, 47226 en 47228, dossierpagina's 500 tot en met 510, voor zover van belang inhoudende:

Vraag verbalisanten

Wat is uw functie binnen [C] B.V.?

Antwoord getuige:

Ik ben directeur-eigenaar van [C] B.V. Ik heb de onderneming in 1969 zelf opgericht.

Vraag verbalisanten

Hoe zou u de handel met [verdachte] h/o [F] beschrijven?

Antwoord getuige:

In het jaar 2008 kwam [verdachte] denk ik één keer per maand en als hij kwam was dat gemiddeld met 2 kilo sloopgoud wat op jaarbasis zo een € 5 à 6 ton bedraagt aan handel.

7. Een door [verbalisant 5] en [verbalisant 6] , beiden opsporingsambtenaar Belastingdienst/FIOD op 2 november 2010 op ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal verhoor getuige, behorende bij dossiernummers 44855, 44957, 47226 en 47228, dossierpagina's 511 tot en met 524, voor zover van belang inhoudende:

Vraag verbalisant

Wat is uw functie binnen [D] B.V.?

Antwoord getuige:

Managing director sinds 2000.

Vraag verbalisant

Hoe zou u de handel met [verdachte] h/o [F] in het jaar 2008 beschrijven?

Antwoord getuige:

Hij kwam hier om sloopgoud aan ons te verkopen.

8. Een door [verbalisant 5] en [verbalisant 3] , beiden opsporingsambtenaar Belastingdienst/FIOD, op 19 oktober 2010 opgemaakt proces-verbaal uitvoeren vordering art. 126nd/126nf WvSv met bijlagen, behorende bij dossiernummers 44740, 44855, 44957 en 47226 , dossierpagina's 244 tot en met 245, voor zover van belang inhoudende:

Op 18 oktober 2010 ontvingen wij van [betrokkene 7] de resterende gegevens.

Uit de 'bijlage In beslag genomen voorwerpen' blijkt dat [betrokkene 7] een map 'facturen/betalingsbewijzen Fa. [F] ' heeft overhandigd. De facturen zijn opgenomen in het dossier als bijlage D-015, dossierpagina's 649 tot en met 689.

9. Een door [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , beiden opsporingsambtenaar Belastingdienst/FIOD op 12 maart 2012 opgemaakte aanvulling op het overzichtsprocesverbaal, behorende bij dossiernummer 47228 (pagina's ongenummerd), voor zover van belang inhoudende:

Door de boekhouder van [verdachte] is een zogenaamde suppletieberekening gemaakt over 2008. In deze berekening schrijft de boekhouder dat over 2008 € 25.181,-- te weinig is afgedragen (bijlage D-108)

In een bijlage bij een klaagschrift van de raadsman van [verdachte] is een berekening bijgevoegd waarin de boekhouder het verschil over 2008 berekent op € 25.117,--. Op 20 februari 20112 hebben wij, verbalisanten contact opgenomen met [betrokkene 6] , Boete fraude coördinator bij de Belastingdienst [...] . Op ons verzoek heeft [betrokkene 6] in de systemen van de Belastingdienst nagezien of het bedrag dat volgens de suppletieberekening in 2008 nog moet worden betaald aan de Belastingdienst inmiddels is aangegeven en afgedragen. Op 9 maart 2012 heeft [betrokkene 6] per e-mail bevestigd dat er door of namens [verdachte] over het jaar 2008 geen suppletieaangifte is ingediend."

3.2.3.

Het Hof heeft voorts, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, nog het volgende overwogen:

"Het kan derhalve niet anders dan dat de aangiften omzetbelasting, zoals ingediend door verdachte, niet juist zijn. De geldbedragen die verdachte 'bespaard' heeft door deze onjuiste aangiften, zijn vervolgens als handelsgeld aangewend in zijn onderneming."

3.2.4.

Het Hof heeft het onder 3 bewezenverklaarde gekwalificeerd als "witwassen, meermalen gepleegd".

3.3.

Aangezien de bewezenverklaring van het onder 3 tenlastegelegde, voor zover inhoudende dat de verdachte van geldbedragen die hij 'bespaard' heeft "gebruik heeft gemaakt", niet zonder meer uit de door het Hof gebruikte bewijsvoering kan worden afgeleid, is de bestreden uitspraak in zoverre niet naar de eis der wet met redenen omkleed.

3.4.

Voor zover het middel daarover klaagt, is het terecht voorgesteld. Gelet hierop behoeft het middel voor het overige geen bespreking.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde en de strafoplegging;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, opdat de zaak ten aanzien daarvan op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 mei 2019.