Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:710

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
14-05-2019
Datum publicatie
14-05-2019
Zaaknummer
15/03070
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:512
In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2015:4784, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Artikel 80a RO-zaken
Inhoudsindicatie

Poging doodslag door vanuit personenauto meermalen te schieten op inzittende van een andere auto in Almere in oktober 2012. HR: verdachte n-o o.g.v. art. 80a RO omdat enkel wordt geklaagd over schending van de inzendtermijn. Samenhang tussen 15/03052 en 15/03070.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2019/622
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

14 mei 2019

Strafkamer

nr. S 15/03070

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 26 juni 2015, nummer 21/002190-14, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.J.J. van Rijsbergen, advocaat te Breda, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal B.F. Keulen heeft schriftelijk het standpunt ingenomen dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk kan worden verklaard.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 mei 2019.