Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:690

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10-05-2019
Datum publicatie
10-05-2019
Zaaknummer
18/01392
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:368, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2018:1410, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Aanvaring zeeschip en binnenvaartschip. Schuld van het schip. Goed zeemanschap. Mede-aansprakelijkheid. Art. 8:544 en 8:545 BW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2019/618
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10 mei 2019

Eerste Kamer

18/01392

TT/AR

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[eiseres] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. R.S. Meijer,

t e g e n

1. De rechtspersoon naar Duits recht, [verweerster] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] , Duitsland,

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen,

2. STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie voor Infrastructuur en Milieu; Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat),
zetelende te Den Haag,

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. M.W. Scheltema.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] , [verweerster] en de Staat.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. de vonnissen in de zaak C/10/447995/HA ZA 14-361 van de rechtbank Rotterdam van 29 oktober 2014 en 30 september 2015;

b. de arresten in de zaak 200.181.083/02 van het gerechtshof Den Haag van 5 januari 2016 en 6 maart 2018.

Het arrest van het hof van 6 maart 2018 is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof van 6 maart 2018 heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Tegen [verweerster] is verstek verleend.

De Staat heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor de Staat toegelicht door zijn advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

3 Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil en aan de zijde van de Staat begroot op € 856,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseres] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, C.E. du Perron, C.H. Sieburgh en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 10 mei 2019.