Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:671

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
23-04-2019
Datum publicatie
23-04-2019
Zaaknummer
18/05006
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:283
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Uitlevering ter strafvervolging aan Verenigde Staten. Middelen over 1. verwerping verweer dat uitlevering opgeëiste persoon zal blootstellen aan risico van dreigende flagrante inbreuk op art. 6 EVRM en 2. kwalificatie naar NL recht van feit waarvoor uitlevering wordt verzocht als deelnemen aan criminele organisatie a.b.i. art. 140 Sr. HR t.a.v. middelen: art. 81.1 RO. HR ambtshalve: Rb heeft uitlevering toelaatbaar verklaard ter strafvervolging “van het feit omschreven in het hiervoor genoemde uitleveringsverzoek”. Noch de bestreden uitspraak noch voormeld uitleveringsverzoek behelst een omschrijving van dit feit. HR herstelt dit verzuim door uitlevering toelaatbaar te verklaren voor het feit dat is omschreven in de “Affidavit in Support of Request for Extradition”.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2019/601
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

23 april 2019

Strafkamer

nr. S 18/05006 U

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam van 8 november 2018, nummer UTL-12018020047, op een verzoek van de Republiek Verenigde Staten van Amerika tot uitlevering van:

[de opgeëiste persoon] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft F.T.C. Dölle, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor zover de rechtbank heeft verzuimd het feit waarvoor de uitlevering kan worden toegestaan, genoegzaam te vermelden, tot toelaatbaarverklaring van de uitlevering ter fine van vervolging ter zake van het feit zoals uiteen gezet in de "Affidavit in Support of Request for Extradition" van 15 juni 2018 en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De raadsvrouwe heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

De Rechtbank heeft de uitlevering van de opgeëiste persoon aan de Verenigde Staten van Amerika toelaatbaar verklaard ter strafvervolging "van het feit omschreven in het hiervoor genoemde uitleveringsverzoek".

Noch de bestreden uitspraak noch voormeld uitleveringsverzoek behelst evenwel een omschrijving van het feit waarvoor de uitlevering kan worden toegestaan. De Hoge Raad zal dit verzuim herstellen door de uitlevering toelaatbaar te verklaren voor het feit dat is omschreven in na te noemen door de verzoekende Staat bij het uitleveringsverzoek overgelegde stukken.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend voor zover de Rechtbank heeft verzuimd het feit waarvoor de uitlevering kan worden toegestaan, genoegzaam te vermelden;

verklaart de uitlevering toelaatbaar voor het feit zoals omschreven in de "Affidavit in Support of Request for Extradition" van Michael K. Krouse, Assistent United States Attorney for the Southern District of New York, van 15 juni 2018;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 april 2019.