Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:665

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
23-04-2019
Datum publicatie
24-04-2019
Zaaknummer
17/03447
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:219
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2017:4559, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Opzettelijk aanwezig hebben cocaïne, art. 2.C Opiumwet. Bij insluitingsfouillering is in portemonnee verdachte cocaïne aangetroffen. Biedt art. 9.4 Pw 2012 jo. art. 28.1 Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren grondslag voor onderzoek in portemonnee? HR: art. 81.1 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2019/589
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

23 april 2019

Strafkamer

nr. S 17/03447

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 22 juni 2017, nummer 23/003918-16, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft T.E. Korff, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 april 2019.