Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:657

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
23-04-2019
Datum publicatie
23-04-2019
Zaaknummer
18/03109
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:239
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Jeugdzaak. Brandstichting in sportvereniging in Nootdorp (art. 157.1 Sr) en mishandeling (art. 300.1 Sr). Motivering duur onvoorwaardelijk deel jeugddetentie. Strafoplegging onbegrijpelijk nu Hof, anders dan tot uitdrukking komt in strafmotivering, jeugddetentie heeft opgelegd waarvan onvoorwaardelijk deel uitstijgt boven in voorlopige hechtenis doorgebrachte tijd? HR: Op gronden vermeld in CAG is middel terecht voorgesteld. Volgt vernietiging t.a.v. strafoplegging en terugwijzing. CAG: Na aftrek van voorarrest resteren 33 dagen onvoorwaardelijke jeugddetentie. Vraag is hoe dit zich verhoudt tot strafmotivering waaruit valt af te leiden dat Hof - anders dan in beginsel geëigend - niet of niet ver heeft willen uitgaan boven onvoorwaardelijk deel dat verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht en waarbij verdachte "(laatste) kans" krijgt om daarnaast werkstraf i.p.v. detentiestraf uit te voeren. Vastgesteld onvoorwaardelijk deel van jeugddetentie is hierdoor niet z.m. begrijpelijk. Dit leidt tot cassatie omdat i.c. verbeterde lezing niet mogelijk is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2019/600
SR-Updates.nl 2019-0224
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

23 april 2019

Strafkamer

nr. S 18/03109 J

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 21 juni 2018, nummer 22/003833-17, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2000.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging, tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Den Haag teneinde in zoverre op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2. Beoordeling van het eerste middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beoordeling van het tweede middel

3.1.

Het middel klaagt dat de strafoplegging onbegrijpelijk is nu het Hof, anders dan tot uitdrukking komt in de strafmotivering, een jeugddetentie heeft opgelegd waarvan het onvoorwaardelijke deel uitstijgt boven de in voorlopige hechtenis doorgebrachte tijd.

3.2.

Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de plaatsvervangend Advocaat-Generaal onder 22 tot en met 25 en 33 is het middel in zoverre terecht voorgesteld.

4 Beoordeling van de middelen voor het overige

Gelet op de hierna volgende beslissing behoeven de middelen voor het overige geen bespreking.

5 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 april 2019.