Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:605

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
23-04-2019
Datum publicatie
23-04-2019
Zaaknummer
17/03339
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2018:1391
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2017:2510, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Liquidatieproces Passage. Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van dertien jaren en zes maanden voor medeplegen van moord. Middelen over o.a. kroongetuigenregeling, art. 226g Sv en art. 44a Sr. HR: art. 81.1 RO, wat betreft het middel over de kroongetuige onder verwijzing naar ECLI:NL:HR:2019:600. Samenhang tussen 17/03276, 17/03280, 17/03297, 17/03339, 17/03459 en 17/04015.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2019/587
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

23 april 2019

Strafkamer

nr. S 17/03339

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 29 juni 2017, nummer 23/000810-13, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben G.G.J.A. Knoops en E. Vogelvang, beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO – en wat betreft
het eerste middel mede gezien de gronden die zijn vermeld in het heden uitgesproken arrest in de met deze zaak samenhangende zaak 17/03280 (ECLI:NL:HR:2019:600), in het bijzonder rov. 3.11 en 8.3 – geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

De verdachte bevindt zich in voorlopige hechtenis. De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van dertien jaren en zes maanden.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;

vermindert deze in die zin dat deze dertien jaren beloopt;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink, M.J. Borgers, J.C.A.M. Claassens en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 april 2019.