Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:60

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18-01-2019
Datum publicatie
18-01-2019
Zaaknummer
18/00053
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2017:5453
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Herstel van arrest ECLI:NL:HR:2018:2133; fout in het dictum van de Hoge Raad.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Viditax (FutD), 18-01-2019
V-N Vandaag 2019/122
FutD 2019-0138
NTFR 2019/167 met annotatie van mr. W.Y. Ip
V-N 2019/6.25 met annotatie van Redactie
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

18 januari 2019

Nr. 18/00053

Arrest

gewezen ter verbetering van het arrest van de Hoge Raad van 16 november 2018, nr. 18/00053, ECLI:NL:HR:2018:2133, gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof ’s‑Hertogenbosch van 7 december 2017, nrs. 16/03598 en 16/03599.

1 Het arrest in het geding

1.1.

De Hoge Raad heeft in dit geding op 16 november 2018 arrest gewezen.

1.2.

Nadien heeft belanghebbende verzocht om verbetering van dit arrest. De Staatssecretaris heeft zich over het verzoek uitgelaten.

1.3.

Bij het arrest is de uitspraak van het Hof vernietigd, behoudens de beslissingen omtrent het griffierecht en de proceskosten. De overwegingen van de Hoge Raad die tot deze vernietiging hebben geleid, hebben uitsluitend betrekking op de voor het jaar 2011 gegeven beschikking als bedoeld in artikel 3.151, lid 1, Wet IB 2001 (de verliesvaststellingsbeschikking 2011). Het Hof heeft het beroep betreffende die beschikking – impliciet – ongegrond verklaard.

De beslissingen van het Hof inzake:

(i) de voor het jaar 2011 gegeven beschikking als bedoeld in artikel 3.151, lid 4, Wet IB 2001 (de verliesherzieningsbeschikking 2011),

(ii) de voor het jaar 2012 gegeven beschikking als bedoeld in artikel 3.151, lid 1, Wet IB 2001 (de verliesvaststellingsbeschikking 2012), en

(iii) het uitblijven van een dwangsombeschikking betreffende het bezwaar tegen de voor het jaar 2012 gegeven beschikking als bedoeld in artikel 3.151, lid 1, Wet IB 2001 (de verliesvaststellingsbeschikking 2012, door het Hof hier kennelijk abusievelijk aangeduid als: de verliesherzieningsbeschikking 2012),

werden in cassatie niet dan wel niet met succes bestreden. In zoverre heeft de Hoge Raad de uitspraak van het Hof ten onrechte vernietigd.

1.4.

Herstel van deze fout brengt mee dat in het dictum van het arrest de zinsnede “vernietigt de uitspraak van het Hof, behoudens de beslissingen omtrent het griffierecht en de proceskosten,” wordt vervangen door: “vernietigt de uitspraak van het Hof, doch uitsluitend voor zover het betreft de beslissing met betrekking tot het beroep inzake de voor het jaar 2011 gegeven beschikking als bedoeld in artikel 3.151, lid 1, Wet IB 2001 (de verliesvaststellingsbeschikking 2011),”.

2 Beslissing

De Hoge Raad:

verbetert de hiervoor vermelde fout in het arrest van 16 november 2018, nr. 18/00053, en

stelt de verbetering op de minuut van dat arrest.

Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon, L.F. van Kalmthout, M.E. van Hilten en E.F. Faase, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 18 januari 2019.