Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:6

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
08-01-2019
Datum publicatie
08-01-2019
Zaaknummer
17/01839
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2017:2700
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2018:1249
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Medeplegen van opzettelijk inbreuk maken op auteursrecht (meermalen gepleegd) door groot aantal ondernemers brief met acceptgirokaart te sturen met verzoek tot betaling van jaarlijkse bijdrage aan Kamer van Koophandel waarbij woordmerk ‘KvK’ is gebruikt, art. 31b Auteurswet. Is de lettercombinatie 'KvK', in de bewezenverklaring omschreven als het woordmerk van de Kamer van Koophandel Nederland, een auteursrechtelijk beschermd werk? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2013:BY1529 m.b.t. betekenis van begrip ‘werk’ a.b.i. Auteurswet. Uitgaande van dit toetsingskader heeft Hof klaarblijkelijk geoordeeld dat de lettercombinatie ‘KvK’, die door Kamer van Koophandel als woordmerk is gedeponeerd in het merkenregister, een 'werk' is a.b.i. art. 10.1 en 31a.1 Auteurswet. Dat oordeel is niet begrijpelijk. Hof heeft immers nagelaten te motiveren waarom letters ’KvK’ een eigen, oorspronkelijk karakter hebben en het persoonlijk stempel van (Kamer van Koophandel als) maker dragen. De enkele omstandigheid dat die lettercombinatie als woordmerk is gedeponeerd, vormt zo een redengeving niet. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 17/01813 en 17/03410.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJB 2019/169
RvdW 2019/152
NBSTRAF 2019/40
SR-Updates.nl 2019-0084
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

8 januari 2019

Strafkamer

nr. S 17/01839

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 30 maart 2017, nummer 21/000827-13, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1954.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.Y. Taekema, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 2 subsidiair tenlastegelegde feit en de strafoplegging, tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden opdat de zaak in zoverre op het bestaande beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2 Beoordeling van het eerste middel

2.1.

Het middel komt op tegen de bewezenverklaring van het onder 2 tenlastegelegde. Het voert daartoe onder meer aan dat het Hof ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd, heeft geoordeeld dat de lettercombinatie 'KvK', in de bewezenverklaring omschreven als het woordmerk van de

Kamer van Koophandel Nederland, een auteursrechtelijk beschermd werk is.

2.2.1.

Ten laste van de verdachte is overeenkomstig de tenlastelegging onder 2 bewezenverklaard dat:

"hij op een of meer tijdstippen in de periode van 1 juni 2008 tot en met 31 januari 2009 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen

telkens opzettelijk voorwerpen, te weten om en nabij 385.000 brieven, waarin met inbreuk op eens anders auteursrecht, te weten van de Kamer van Koophandel Nederland, zonder toestemming van boven bedoelde rechthebbende,

telkens werken, te weten brieven, betreffende de bijdrage KvKhandelsregister.nl 2009 (149 euro) en/of facturen en/of aanbiedingen waarin het woordmerk van de Kamer van Koophandel Nederland was vervat,

openlijk ter verspreiding heeft aangeboden en heeft doen aanbieden, en ter verspreiding voorhanden heeft gehad, terwijl hij en zijn mededaders, het plegen van deze misdrijven als bedrijf hebben uitgeoefend."

2.2.2.

Deze bewezenverklaring steunt op onder meer het volgende bewijsmiddel:

"35. Een schriftelijk stuk, te weten een uitdraai van de Kamer van Koophandel uit het Merkenregister D-AH001.047, p. 200151, inhoudende:

Merkenregister - Registre des Marques - Trademark Register

01 Inschrijvingsnummer

0561939

Nummer en dagtekening (dag en uur) van het depot

0836327 28-10-1994, 23.59

02 Vervaldatum

28-10-2014

03 Naam van de houder

Vereniging van Kamers van Koophandel en Fabrieken in Nederland

04 Adres (straat en nummer) van de houder

Watermolenlaan 1

05 Postcode, plaats en land van de houder

3447 GT Woerden,

Nederland

06 Naam en adres van de gemachtigde of vermelding van het correspondentie-adres van de houder

[B] B.V.

[a-straat 1]

[...] Amsterdam-Zuidoost

Nederland

08 Woordmerk

KvK"

2.2.3.

Het Hof heeft ten aanzien van deze bewezenverklaring voorts het volgende overwogen:

"Onder feit 2 wordt verdachte en zijn medeverdachten verweten een inbreuk op het auteursrecht van de Kamer van Koophandel te hebben gemaakt door zonder toestemming van de Kamer van Koophandel Nederland werken te verspreiden, te weten brieven betreffende een 'bijdrage KvKhandelsregister.nl 2009' en/of facturen en/of aanbiedingen, waarin het beeldmerk en/of het woordmerk van de Kamer van Koophandel Nederland is vervat.

De verdediging bestrijdt dat in deze werken het beeldmerk en/of het woordmerk van de Kamer van Koophandel is vervat en stelt hiertoe dat het om een op de Kamer van Koophandel gelijkend beeldmerk en/of woordmerk gaat.

Met betrekking tot het beeldmerk wordt het volgende overwogen.

In het merkenregister is het beeldmerk van de Kamer van Koophandel gedeponeerd (D-AH001.047, p. 200153). Het beeldmerk van de Kamer van Koophandel bezit een zodanig eigen oorspronkelijk karakter en persoonlijk stempel van de maker, dat de Kamer van Koophandel daarop het auteursrecht, een uitsluitend recht, bezit. Dit beeldmerk is echter niet gebruikt/opgenomen in de betreffende werken die door verdachte en zijn medeverdachten zijn verspreid. Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting blijkt dat het verwijt dat verdachte en zijn medeverdachten gemaakt wordt er juist op ziet dat een op de Kamer van Koophandel gelijkend beeldmerk in de betreffende werken is opgenomen. Dat is als zodanig niet tenlastegelegd. Om die reden wordt verdachte van dit onderdeel van de tenlastelegging vrijgesproken.

Met betrekking tot het woordmerk wordt het volgende overwogen.

In voornoemd merkenregister is door de Kamer van Koophandel ook een woordmerk gedeponeerd, te weten 'KvK' (D-AH001.047, p. 200151). Het woordmerk van de Kamer van Koophandel bezit een zodanig eigen oorspronkelijk karakter en persoonlijk stempel van de maker, dat de Kamer van Koophandel daarop het auteursrecht, een uitsluitend recht, bezit. Anders dan ten aanzien van het beeldmerk is overwogen geldt dat in de betreffende werken die door verdachte en zijn medeverdachten verspreid zijn, dit woordmerk wel letterlijk is vervat. In die werken is namelijk telkens vermeld: bijdrage KvKhandelsregister.nl 2009. Aldus hebben verdachte en zijn medeverdachten een inbreuk gemaakt op het auteursrecht van de Kamer van Koophandel."

2.3.1.

De tenlastelegging is toegesneden op art. 31a Auteurswet. Daarom moet de in de tenlastelegging en bewezenverklaring voorkomende term 'werken' geacht worden aldaar te zijn gebezigd in dezelfde betekenis als toekomt aan de term 'werk' in dat artikel.

2.3.2.

De volgende wettelijke bepalingen zijn van belang:

- art. 1 Auteurswet:

"Het auteursrecht is het uitsluitend recht van den maker van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst, of van diens rechtverkrijgenden, om dit openbaar te maken en te verveelvoudigen, behoudens de beperkingen, bij de wet gesteld."

- art. 10, eerste lid, Auteurswet:

"1. Onder werken van letterkunde, wetenschap of kunst verstaat deze wet:

1°. Boeken, brochures, nieuwsbladen, tijdschriften en andere geschriften;

(...)

12°. (...)

en in het algemeen ieder voortbrengsel op het gebied van letterkunde, wetenschap of kunst, op welke wijze of in welken vorm het ook tot uitdrukking zij gebracht."

- art. 31a, eerste lid, Auteurswet:

"Hij die opzettelijk een voorwerp waarin met inbreuk op eens anders auteursrecht een werk is vervat,

a. openlijk ter verspreiding aanbiedt,

b. ter verveelvoudiging of ter verspreiding voorhanden heeft,

(...)

wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste één jaar of geldboete van de vijfde categorie."

2.4.

Het arrest van de Hoge Raad van 22 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY1529, rov. 3.4 houdt het volgende in omtrent het begrip 'werk' als bedoeld in de Auteurswet:

"(a) Om voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking te komen, is vereist dat het desbetreffende werk een eigen, oorspronkelijk karakter heeft en het persoonlijk stempel van de maker draagt (vgl. HR 30 mei 2008, LJN BC2153, NJ 2008/556 (Endstra)). Het HvJEU heeft de maatstaf aldus geformuleerd dat het moet gaan om "een eigen intellectuele schepping van de auteur van het werk" (HvJEU 16 juli 2009, nr. C-5/08, LJN BJ3749, NJ 2011/288 (Infopaq I))."

2.5.

Uitgaande van het in 2.4 vermelde toetsingskader heeft het Hof klaarblijkelijk geoordeeld dat de lettercombinatie 'KvK', die door de Kamer van Koophandel als woordmerk is gedeponeerd in het merkenregister, een 'werk' is als bedoeld in art. 10, eerste lid, en 31a, eerste lid, Auteurswet. Dat oordeel is niet begrijpelijk. Het Hof heeft immers nagelaten te motiveren waarom de letters 'KvK' een eigen, oorspronkelijk karakter hebben en het persoonlijk stempel van (de Kamer van Koophandel als) de maker dragen. De enkele omstandigheid dat die lettercombinatie als woordmerk is gedeponeerd, vormt zo een redengeving niet. De bewezenverklaring van het onder 2 tenlastegelegde is dus ontoereikend gemotiveerd. Voor zover het middel daarover klaagt, is het terecht voorgesteld.

3 Beoordeling van het derde middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beoordeling van de middelen voor het overige

Gelet op de hierna volgende beslissing behoeven de middelen voor het overige geen bespreking.

5 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 2 tenlastegelegde en de strafoplegging;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, opdat de zaak ten aanzien daarvan op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 januari 2019.