Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:599

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
16-04-2019
Datum publicatie
17-04-2019
Zaaknummer
17/04414
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:288
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Valsheid in geschrift, meermalen gepleegd (art. 225.1 Sr) en gewoontewitwassen (art. 420ter jo. 420bis.1.b Sr) door als belastingadviseur jarenlang voor anderen aangiften inkomstenbelasting te verzorgen, waarbij te hoge bedragen aan zorgkosten zijn opgevoerd. 1. Afwijzing verzoek tot horen 67 personen als getuigen. 2. Strafmotivering. Mocht Hof daarin betrekken dat valsheid in geschrift grootschalig karakter heeft, nu tll. en bewezenverklaring geen nadere aanduiding van hoeveelheid bevatten? HR: art. 81.1 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

16 april 2019

Strafkamer

nr. S 17/04414

AKA

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 23 augustus 2017, nummer 21/002373-15, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft A.A. Franken, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 april 2019.