Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:556

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
09-04-2019
Datum publicatie
10-04-2019
Zaaknummer
17/02922
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:366
In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2017:2540, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Mishandeling begaan tegen zijn kind en het in hulpeloze toestand brengen en laten van iemand tot wiens onderhoud, verpleging of verzorging hij krachtens de wet verplicht is. Middelen over het niet voldoen aan bewijsminimum (unus testis, art. 342.2 Sv) en het niet responderen op een ttz. in h.b. gevoerd verweer. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 17/02887.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2019/509
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

9 april 2019

Strafkamer

nr. S 17/02922

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 1 juni 2017, nummer 22/004457-16, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en P. van Dongen, beiden advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en verwerping van het beroep voor het overige.

2. Beoordeling van het eerste en het tweede middel

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beoordeling van het derde middel

3.1.

Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.

3.2.

Het middel is gegrond. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van achttien maanden.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;

vermindert deze in die zin dat deze zeventien maanden beloopt;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 april 2019.