Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:543

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
09-04-2019
Datum publicatie
09-04-2019
Zaaknummer
18/01277
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:352, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Geen middelen ingediend; n-o beroep. Samenhang met 17/04615 en 18/01265.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

9 april 2019

Strafkamer

nr. S 18/01277

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 11 september 2017, nummer 21/004372-16, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984.

1 Geding in cassatie


Het beroep is ingesteld door de verdachte. Middelen van cassatie zijn namens deze niet voorgesteld.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in zijn cassatieberoep.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep


Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.

3 Beslissing


De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 april 2019.