Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:515

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
05-04-2019
Datum publicatie
05-04-2019
Zaaknummer
18/02160
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2018:1600
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

HR: 81.1 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Viditax (FutD), 05-04-2019
FutD 2019-0963
V-N Vandaag 2019/828
NTFR 2019/890
V-N 2019/19.23.4
Belastingblad 2019/188 met annotatie van Redactie
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

5 april 2019

Nr. 18/02160

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 17 april 2018, nr. 17/00613, betreffende een door belanghebbende op aangifte voldaan bedrag aan overdrachtsbelasting.

1 Het eerste geding in cassatie

Bij arrest van de Hoge Raad van 17 november 2017, nr. 17/02490, ECLI:NL:HR:2017:2876, is vernietigd de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag (nr. BK-16/00507), met verwijzing van het geding naar het Gerechtshof Amsterdam (hierna: het Hof) ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dat arrest.

2 Het tweede geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel voorgesteld.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

3 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, omdat het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen redenen voor een veroordeling in de proceskosten.

5 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.A. Fierstra als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en A.F.M.Q. Beukers‑van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 5 april 2019.