Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:444

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
29-03-2019
Datum publicatie
29-03-2019
Zaaknummer
18/00465
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2018:354, Bekrachtiging/bevestiging
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:244, Gevolgd
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Onrechtmatige daad. Misleidende reclame. Art. 6:194 (oud) BW. Verjaring (art. 7:23 BW, art. 3:310 BW). Deskundigenbericht. Werkwijze deskundige binnen de grenzen van de opdracht gebleven? Toetsingsnorm beoordeling deugdelijkheid. Causaal verband.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2019/424
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

29 maart 2019

Eerste Kamer

18/00465

TT/IF

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. De rechtspersoon naar Spaans recht MADERAS MEJORADAS INDUSTRIAL S.A., voorheen PRODEMA S.A.,
gevestigd te Legorreta Gipuzkoa, Spanje,

2. MIKAS B.V.,
gevestigd te Breda,

EISERESSEN tot cassatie, verweersters in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,

advocaat: mr. M.B.A. Alkema,

t e g e n

BPD ONTWIKKELING B.V., voorheen BOUWFONDS ONTWIKKELING B.V.,
gevestigd te Hoevelaken, gemeente Nijkerk,

VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,

advocaten: mr. R.S. Meijer en mr. P.A.

Eiseressen zullen hierna ook worden aangeduid als Prodema c.s. Verweerster zal hierna ook worden aangeduid als Bouwfonds.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. de vonnissen in de zaak 168158/HAZA 06-1991 van de rechtbank Breda van 18 april 2007 en 23 december 2009;

b. de arresten in de zaak 200.063.734/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 8 november 2011, 19 juni 2012, 23 april 2013, 24 december 2013, 31 maart 2015, 13 juni 2017, 31 oktober 2017 en 31 januari 2018.

De arresten van het hof van 8 november 2011, 31 maart 2015 en 31 oktober 2017 zijn aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen de arresten van 8 november 2011, 31 maart 2015 en 31 oktober 2017 van het hof hebben Prodema c.s. beroep in cassatie ingesteld. Bouwfonds heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De procesinleiding en het verweerschrift tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep en, zo daaraan zou worden toegekomen, tot verwerping van het voorwaardelijk ingestelde incidentele cassatieberoep.

De advocaat van Prodema c.s. heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

3 Beoordeling van het middel in het principale beroep

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het principale beroep;

veroordeelt Prodema c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Bouwfonds begroot op € 6.662,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Prodema c.s. deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, M.J. Kroeze en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 29 maart 2019.