Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:401

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22-03-2019
Datum publicatie
22-03-2019
Zaaknummer
18/01970
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:93, Gevolgd
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Onteigeningsrecht. Heeft de provincie voldaan aan haar verplichting om te trachten de te onteigenen onroerende zaak bij minnelijke overeenkomst te verkrijgen? Art. 17 Ow.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2019/403
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

22 maart 2019

Eerste Kamer

18/01970

TT/IF

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. [eiser 1] ,
wonende te [woonplaats] ,

2. [eiseres 2] ,
wonende te [woonplaats] ,

EISERS tot cassatie,

advocaat: mr. J.P. van den Berg,

t e g e n

PROVINCIE GELDERLAND,
zetelende te Arnhem,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. M.W. Scheltema.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eisers] en de Provincie.

1 Het geding in feitelijke instantie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar het vonnis in de zaak C/05/328676/HZ ZA 17-443 van de rechtbank Gelderland van 11 april 2018.

Het vonnis van de rechtbank is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het vonnis van de rechtbank hebben [eisers] beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Provincie heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor de Provincie toegelicht door haar advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

3 Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Provincie begroot op € 865,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eisers] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.

Dit arrest is gewezen door de raadsherenA.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 22 maart 2019.