Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:388

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19-03-2019
Datum publicatie
19-03-2019
Zaaknummer
17/02972
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:70
In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2017:6186, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Medeplegen valsheid in geschrift door factuur valselijk op te maken en deze aan belastingdienst te doen toekomen ter onderbouwing van geclaimde voorbelasting, art. 225.1 Sr. 1. Gebruik bij FIOD afgelegde verklaring verdachte voor bewijs. 2. Afwijzing verzoeken tot horen getuige en laten instellen van onderzoek naar logbestanden van politie. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 17/02973.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2019/411
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

19 maart 2019

Strafkamer

nr. S 17/02972

AKA

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 7 juni 2017, nummer 21/002330-10, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben N. van der Laan en D. Bektesevic, beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadslieden hebben daarop schriftelijk gereageerd.

2. Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 maart 2019.