Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:326

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
08-03-2019
Datum publicatie
08-03-2019
Zaaknummer
18/00751
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2017:4828, Bekrachtiging/bevestiging
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:61, Gevolgd
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Onderhandse verkoop woning door bank als hypotheekhouder. Vordering koper tegen bank wegens niet-nakoming. Trad bank in eigen naam op (als verkoper) of als vertegenwoordiger van de eigenaren? Art. 3:33 en 3:35 BW. Boete bij doorverkoop en winstderving als schadeposten; toerekening, art. 6:98 BW. Aanvulling feitelijke grondslag eis? Art. 24 Rv.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2019/303
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

8 maart 2019

Eerste Kamer

18/00751

TT/IF

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

ABN AMRO BANK N.V.,
gevestigd te Amsterdam,

EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,

advocaat: mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk,

t e g e n

[de koper] ,
wonende te [woonplaats] ,

VERWEERDER in cassatie, eiser in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,

advocaat: mr. M.B.A. Alkema.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de Bank en [de koper] .

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. de vonnissen in de zaken C/13/557147/HA ZA 14-30 en C/13/565790/HA ZA 14-539 van de rechtbank Amsterdam van 11 juni 2014 en 2 september 2015;

b. het arrest in de zaak 200.183.834/01 van het gerechtshof Amsterdam van 21 november 2017.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft de Bank beroep in cassatie ingesteld. [de koper] heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De procesinleiding en het verweerschrift tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor de Bank mede door mr. B.M.H. Fleuren.

De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het principaal cassatieberoep.

3 Beoordeling van het middel in het principale beroep

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van het arrest van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het principale beroep;

veroordeelt de Bank in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [de koper] begroot op € 2.049,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien de Bank deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, C.E. du Perron, M.J. Kroeze en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 8 maart 2019.