Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:310

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
05-03-2019
Datum publicatie
06-03-2019
Zaaknummer
18/02569
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:55
In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2018:1682, (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Medeplegen diefstal, art. 310 Sr. Opgave van b.m. a.b.i. art. 359.3 Sv. Had Hof vonnis Rb wat betreft motivering van bewezenverklaring mogen bevestigen, nu daarin is volstaan met opgave van b.m. a.b.i. art. 359.3 Sv, terwijl verdachte feit zowel in e.a. als in h.b. heeft bekend maar zijn raadsvrouwe in h.b. vrijspraak heeft bepleit? HR: Op gronden vermeld in CAG is middel terecht voorgesteld. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing. HR merkt op dat in vernietiging zijn begrepen alle in bestreden uitspraak genomen beslissingen a.b.i. art. 351 Sv omtrent oplegging van straf en/of maatregel, waaronder ook schadevergoedingsmaatregel, maar niet beslissingen a.b.i. art. 361 Sv omtrent vordering van b.p. (vgl. ECLI:NL:HR:2013:1430). CAG: Raadsvrouwe heeft vrijspraak bepleit op de grond dat geen sprake was van voltooide diefstal. Hof had vonnis Rb daarom niet kunnen bevestigen dan onder in art. 423.1 Sv bedoelde aanvulling van gronden, te weten weergave inhoud b.m.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2019/347
SR-Updates.nl 2019-0179
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

5 maart 2019

Strafkamer

nr. S 18/02569

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 23 april 2018, nummer 20/000803-17, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft C.M. Peeperkorn, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 01-088161-16 onder 1 tenlastegelegde (diefstal door twee of meer verenigde personen) en de strafoplegging, tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof 's-Hertogenbosch opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2 Beoordeling van het eerste middel

2.1.

Het middel strekt ten betoge dat het Hof het vonnis van de Rechtbank wat betreft de motivering van de bewezenverklaring van het in de zaak met parketnummer 01-088161-16 onder 1 tenlastegelegde niet zonder meer had mogen bevestigen nu daarin is volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in art. 359, derde lid, Sv, terwijl in hoger beroep van dit feit vrijspraak is bepleit.

2.2.

Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 4 tot en met 11 is het middel terecht voorgesteld.

3 Beoordeling van het tweede middel

Gelet op de hierna volgende beslissing behoeft het middel geen bespreking.

4 Slotsom

Hetgeen hiervoor onder 2 is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak wat betreft de beslissingen ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 01-088161-16 onder 1 tenlastegelegde en de strafoplegging niet in stand kan blijven en in zoverre dient te worden vernietigd. In die vernietiging zijn begrepen alle in de bestreden uitspraak genomen beslissingen als bedoeld in art. 351 Sv omtrent de oplegging van een straf en/of maatregel, waaronder ook de schadevergoedingsmaatregel, maar niet de beslissingen als bedoeld in art. 361 Sv omtrent een vordering van de benadeelde partij (vgl. HR 26 november 2013, ECLI:NL:HR:2013:1430).

5 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 01-088161-16 onder 1 tenlastegelegde en de strafoplegging;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 maart 2019.