Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:245

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19-03-2019
Datum publicatie
19-03-2019
Zaaknummer
17/03594
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:65
In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2017:1308, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Bedreiging met zware mishandeling, art. 285.1 Sr. Ontoelaatbare verbetering van nadere bewijsoverweging in aanvulling b.m.? HR: art. 81.1 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2019/413
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

19 maart 2019

Strafkamer

nr. S 17/03594

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 24 maart 2017, nummer 20/002890-15, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft W.J.J. Lunsingh Tonckens, advocaat te Maastricht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 maart 2019.