Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:244

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12-03-2019
Datum publicatie
13-03-2019
Zaaknummer
16/05555
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2018:1311
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Beklag, beslag ex art. 94a.4 Sv op 4 vorderingen van klaagster (besloten vennootschap) op Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit i.h.k.v. strafrechtelijk onderzoek tegen bestuurder van klaagster t.z.v. verdenking van verkeerd labelen van vlees. Herstructurering bedrijfsstructuur en overheveling vermogensbestanddelen. Voldaan aan in art. 94a.4 Sv gestelde eis van het kennelijke doel uitwinning van voorwerpen te bemoeilijken of te verhinderen? HR: Op gronden vermeld in CAG is middel terecht voorgesteld. CAG: Beslag is gelegd op vorderingen van klaagster op NVWA, ter bewaring van verhaal van aan bestuurder van klaagster op te leggen betalingsverplichting ter ontneming van w.v.v. Dit anderbeslag is slechts mogelijk wanneer er voldoende aanwijzingen bestaan dat vorderingen aan klaagster zijn gaan toebehoren met het kennelijke doel van verhaalsfrustratie. Oordeel Rb dat beslagen vorderingen, die klaagster wegens verrichte reguliere slachtwerkzaamheden op NVWA heeft verkregen, aan klaagster zijn gaan toebehoren met kennelijk doel van verhaalsfrustratie, is zonder nadere motivering niet begrijpelijk. Herstructurering van bedrijfsstructuur maakt dit niet anders. Volgt vernietiging en terugwijzing. Vervolg op ECLI:NL:HR:2016:580.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2019/373
NBSTRAF 2019/102
SR-Updates.nl 2019-0181
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

12 maart 2019

Strafkamer

nr. S 16/05555 B

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 2 november 2016, nummer RK 15/75, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:

[klaagster] , gevestigd te [vestigingsplaats] .

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze hebben J.L. Baar, advocaat te Utrecht, en D.J.G.J. Cornelissen, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot zodanige beslissing met betrekking tot terug- of verwijzen als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.

2 Beoordeling van het middel

2.1.

Het middel komt op tegen de ongegrondverklaring van het beklag voor zover dat strekt tot opheffing van het conservatoir beslag op vorderingen die de klaagster heeft op de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. Het klaagt in het bijzonder over het oordeel van de Rechtbank dat is voldaan aan de in art. 94a, vierde lid, Sv gestelde eis van het kennelijke doel de uitwinning van voorwerpen te bemoeilijken of te verhinderen.

2.2.

Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal, in het bijzonder onder 3.10 tot en met 3.12, is het middel terecht voorgesteld.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden beschikking;

wijst de zaak terug naar de Rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, opdat de zaak op het bestaande klaagschrift opnieuw wordt behandeld en afgedaan.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 maart 2019.