Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2019:237

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15-02-2019
Datum publicatie
15-02-2019
Zaaknummer
18/05121
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2018:1919, Niet ontvankelijk
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2018:1503, Gevolgd
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Cassatieprocesrecht. Procesinleiding niet langs elektronische weg ingediend (art. 30c Rv) en geen advocaat bij de Hoge Raad aangewezen (art. 407 lid 3 Rv). Cassatieberoep niet-ontvankelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2019/269
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

15 februari 2019

Eerste Kamer

18/05121

TT

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[eiser] ,
wonende te [woonplaats] ,

EISER tot cassatie.

Eiser zal hierna ook worden aangeduid als [eiser] .

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. de vonnissen in de zaak 4785983 CV EXPL 16-4564 van de rechtbank Rotterdam van 13 mei 2016 en 11 november 2016;

b. de arresten in de zaak 200.209.845/01 van het gerechtshof Den Haag van 13 februari 2018 en 14 augustus 2018.

Het arrest van het hof van 14 augustus 2018 is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof van 14 augustus 2018 heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatieverzoek is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiser] in zijn cassatieberoep.

3 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Het cassatieberoep is niet ingesteld op de in art. 30c lid 1 Rv voorgeschreven wijze, te weten door indiening van een procesinleiding langs elektronische weg. Ook voldoet de procesinleiding niet aan de eisen van art. 407 lid 3 Rv, nu daarin niet een advocaat bij de Hoge Raad is aangewezen die [eiser] in het geding in cassatie zal vertegenwoordigen. Deze verzuimen konden worden hersteld door dezelfde procesinleiding met inachtneming van de vereisten van de art. 30c en 407 lid 3 Rv opnieuw in te dienen. [eiser] heeft evenwel geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om de verzuimen binnen twee weken te herstellen. Dit brengt mee dat hij in zijn beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart [eiser] niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 15 februari 2019.